Bij een protest in Berlijn tegen de genocide in Gaza en de Duitse wapenleveringen die deze mede mogelijk maken, worden demonstranten gewelddadig gearresteerd, tegen de grond gewerkt, met pepperspray bespoten en vastgelegd op camera. Dit essay pauzeert deze overweldigende momenten en isoleert wat er gebeurt om het te onderzoeken. Met verwijzingen naar onder andere Fanon en Butler worden dubbele standaarden, het geweldsmonopolie van de staat en demonstreren onder constante surveillance scherp bevraagd.