Ver van de bewoonde wereld probeert een man herhaaldelijk en tevergeefs zijn onvoorspelbare echtgenote van zich af te schudden. Mejbaur Rahman Sumon’s Roid onderzoekt verlangen en hechting met beklijvende beelden en overtuigende performances.
Ver van de bewoonde wereld leeft een stel vrijwel volledige afzondering. Een verlegen man en zijn echtgenote, die haar emoties soms niet kan bedwingen, en wier heftige uitbarstingen steeds vaker een bedreiging vormen voor het leven van haar echtgenoot. Stilletjes smeedt hij plannen om van haar af te raken, bijvoorbeeld door haar op een onbekende plek achter te laten. Echter, een paar dagen na zijn eerste poging valt een vrucht van de palmyraboom in de buurt van hun huis – en zijn vrouw keert terug. Steeds opnieuw probeert hij haar van zich af te schudden, maar telkens valt een vrucht en komt ze terug.
Mejbaur Rahman Sumons allegorie over de krachten die mensen bijeenhouden – en de wreedheid die soms nodig is ze uit elkaar te halen – is sterk geïnspireerd door Genesis, het verhaal van Adam en Eva. Roid speelt zich af op het platteland, een omgeving gevormd door traditionele structuren, waar een gearrangeerd huwelijk verwordt tot een smeltkroes van veerkracht, verzet en verlangen. De beelden in de film zijn van een harde, bijna archaïsche schoonheid, en de vrouw, het middelpunt van het verhaal, is onhandelbaar maar overrompelend in haar weigering het gebaande pad te volgen.
Roid is beheerst wat betreft ritme maar beladen met emotie, en toont een reis door een landschap en een relatie, allebei gevormd door cycli van vertrek en terugkeer.