In herinnering: Dicky Parlevliet (1947–2026)
Op 5 augustus 2026 is Dicky Parlevliet – vier decennia lang collega, mentor en drijvende kracht achter IFFR – te midden van haar dierbaren en dieren ingeslapen in haar geliefde Monteillet. Mieke van der Linden schreef een ode aan haar grote filmkameraad.

“Soms, wanneer ik nu een project lees of een film bekijk, vraag ik me af wat Dicky ervan zou zeggen.”
Toen ik me in 1987 als vrijwilliger aanmeldde bij Film International wist ik van toeten noch blazen. Toch werd ik na een kort gesprek met Hubert Bals de beheerder van het kelderzaaltje van bioscoop Lumière aan de Kruiskade, op loopafstand van het IFFR-kantoor.
Het waren bijzondere tijden, die jaren ’80 in Rotterdam, toen alles rond het festival door elkaar liep en creativiteit en nieuwsgierigheid hoogtij vierden. Hotel Hilton was 10 dagen lang het bruisende hoofdkwartier van de grootste liefdesverklaring aan de independent cinema die Nederland, en misschien wel de wereld, ooit had meegemaakt.
10 dagen waar heel Rotterdam ieder jaar weer reikhalzend naar uit keek. Waar je zomaar een biertje kon drinken met regisseurs en acteurs aan de bar van LantarenVenster of een debat in Diergaarde Blijdorp mee kon maken. Het was het culturele hoogtepunt van een jaar dat dan nog maar net begonnen was. Of om met een van de bezoekers uit die vroege jaren te spreken: “Het brak de winter. Na die verschrikking van kerst en nieuwjaar was het opeens bijna 25 januari en begon het grote 10-daagse filmfeest voor ons!”
Steevast kwam ’s avonds in de tijdelijke Hilton hang-out de vraag van Bals, die daar met zijn internationale cinemavrienden zat te pimpelen, wat je gezien had die dag. De plek ook waar op een avond in 1987 de legendarische VPRO-talkshow van Adriaan van Dis ten aanzien van heel TV kijkend Nederland op een hilarische manier live werd overgenomen door de Italiaanse comedian Roberto Benigni.
Rolodex
Al snel zag ik dat deze onconventionele directeur een grote steun en toeverlaat had in de persoon van Dicky Parlevliet. Niet de immer op reis zijnde Bals werd mijn leermeester maar zijn assistent Dicky. En meer dan dat. Toen ik haar op mijn eerste dag samen met Hoofd Gastenservice Marijke van Lubeck door de burelen van het festival zag bewegen besloot ik dat Dicky de hoofdbron voor mij was en daarnaast een toekomstige ferme filmkameraad.
Ik begreep al snel dat zij the power behind the throne was, met een rolodex waar je een moord voor zou doen. Vol namen en nummers van internationale regisseurs, producers, schrijvers. Die ze zonder schroom in perfect Frans, Engels of Duits belde om mee te onderhandelen.

Het was ook de tijd waarin de grenzen van China en de Soviet-Unie nog potdicht zaten en Bals op de een of andere manier films uit de onbekende gebieden naar het festival wist te smokkelen. Vaak was het in die dagen aan Dicky om die filmrollen bij de douane op Schiphol los te peuteren. Ook schrok ze niet terug om bij noodweer gasten die op de luchthaven gestrand waren in haar eigen auto op te halen als de leden van de car-service van het filmfestival weigerden de trip te maken. “Ze was fearless, ik reed een keer met haar mee door een gigantische sneeuwstorm naar Schiphol, stapvoets, maar we pikten de gasten wel op”, aldus producer en vriendin Marietta de Vries, die net bij het filmfestival was begonnen.
Parajanov
Groot nieuws was in 1988 het bezoek aan Rotterdam van de Georgische filmer Sergej Parajanov dat Dicky samen met Bals coördineerde. Het was Parajanov’s eerste internationale reis, na jaren in een Soviet-strafkamp te hebben gezeten.
Hij werd door het filmfestival uitgeroepen tot een van de 20 “Regisseurs van de Toekomst”. Op die lijst stonden onder anderen ook Jim Jarmusch, Wim Wenders en Martin Scorsese.
Zwanen
Toen Huub Bals in juli ’88 plots overleed en Anne Head als interim aantrad voor de ’89 editie, werden Dicky en ik echte kameraden. Ik werkte inmiddels op de persafdeling van Film International en samen richtten we de “Meisjes Vereniging Zwaan Kleef Aan” op, een club van vrijgevochten vrolijke vrouwen uit de film- en culturele wereld. Samen bedachten we de meest hilarische en absurdistische bijeenkomsten. De Zwanen waren berucht en beroemd in die dagen en kwamen steevast ‘en groupe’ naar alle filmfestival events.
Datzelfde jaar werden we gevraagd om een week lang eregasten Joris Ivens en Marceline Loridan te begeleiden. Ivens opende het filmfestival van 1989 met zijn en Loridans laatste werk Une Histoire de Vent, in aanwezigheid van koningin Beatrix.
Toen Ivens die middag uit handen van minister Brinkman een koninklijke onderscheiding kreeg, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, was de rehabilitatie van de cineast compleet. Dicky en ik hadden de beste week ever met het bijzondere echtpaar. We voerden ze op hun hotelkamer jenever en haring, droegen om de beurt de koninklijke onderscheiding als oorbel en hielden opdringerige journalisten buiten de deur, met uitzondering van een meisje van een lokale schoolkrant en een jonge hond van MTV. Die vonden het echtpaar oké om te woord te staan. Later dat jaar zochten we Joris en Marceline op in hun woning aan de Rue de Saint-Pères in Parijs voor wederom een geweldig samenzijn.
Stardust
Begin jaren ’90 vertrok Dicky naar de VPRO, maar bleef nauw verbonden met IFFR. Zo werkte zij samen met o.a. Karen de Bok aan het filmprogramma Stardust, ook live vanaf het Rotterdamse filmfestival. Dicky was een ace researcher en kreeg werkelijk iedereen voor de camera. Voor het TV-programma “Roerend Goed” wist zij Thelma Schoonmaker onder meer te strikken, de editor van Martin Scorsese.
Bijzonder was ook de docu-serie over schrijver Jan Wolkers, Een oceaan van hoop (1994), waar zij nauw bij betrokken was.
Stapel afwijzingen
Het was begin deze eeuw dat Directeur Sandra den Hamer, tot grote vreugde van het hele IFFR-team, Dicky vroeg om weer terug naar Rotterdam te komen. Als researcher en adviseur van het Hubert Bals Fonds en met Frankrijk als haar programmagebied. Ze werd een belangrijke vraagbaak, supporter van nieuw talent en informele leider. Zij wist als geen ander de kalmte te betrachten als de gemoederen weer eens hoog opliepen tijdens een programmaoverleg.
Voormalig programmeur van onder andere Exploding Cinema en Art Directions, Edwin Carels, weet het goed te verwoorden: “Voor mij betekende Dicky een enorme steun in de strijd om gekke programma’s te maken en de geest van IFFR speels te houden.”
Veel hebben we van haar geleerd; hoe te kijken naar films, bijvoorbeeld volgens IFFR’s en Venice Filmfestival Nik Montaldi: “Wat ik heb meegenomen uit de gesprekken met haar, was om dingen nooit als vanzelfsprekend te beschouwen. Ze hield ervan om films van de stapel afwijzingen te redden, waarvan sommige echte pareltjes bleken te zijn. Die benadering is me altijd bijgebleven. Soms, wanneer ik nu een project lees of een film bekijk, vraag ik me af wat Dicky ervan zou zeggen. Ik koester die herinnering aan haar.”
Late Night
In 2003 werd journalist en theatermaker Wilfried de Jong benaderd om een dagelijkse IFFR late night talkshow te presenteren, waarvan Dicky en ik de redactie vormden. Tijdens het populaire directors’ drinks in de Doelen gingen we gezamenlijk op jacht naar bijzondere gasten en het was eigenlijk altijd raak. In de Kleine Zaal van de Rotterdamse Schouwburg begon het na een aarzelend begin al snel te zinderen. De zaal raakte avond aan avond voller en Late Night werd een heerlijke combi van high en low culture. Internationale en lokale grootheden schoven aan. Wat waren we destijds zeer in onze nopjes toen Paul T. Anderson fan van onze behoorlijk melige dagelijkse filmquiz bleek te zijn en hij met ons meeging om te dansen tijdens de afterparty’s in het toenmalige danspaleis Off Corso.
Dicky Night
In 2010 nam Dicky afscheid van IFFR om naar haar geliefde berg in de Ardèche te vertrekken. Ook na haar vertrek bleef zij nog een aantal jaren aan het Hubert Bals Fonds verbonden als lezer en adviseur. Zij is misschien wel een van de weinigen die met alle directeuren professioneel te maken heeft gehad, tot en met de huidige festivaldirecteur Vanja Kaludjercic toe.
Ter afscheid organiseerden we “Dicky Night” voor haar. Zakelijk directeur Janneke Staarink regelde een leegstaand afgeragd Chinees restaurant in de plint van de Doelen als feestlocatie. Het werd a night to remember, waar zo’n beetje iedereen die Dicky liefhad aanwezig was en een lievelingsboek voor haar meebracht.
“Ik gaf ‘Bij uil thuis’ aan haar, een kinderboek van Arnold Lobel, met prachtige beetje gothic-achtige illustraties, echt iets voor haar, die uil dronk onder andere tranenthee”, vertelt IFFR-researcher Robert de Rek. In Frankrijk maakte een timmerman een speciaal kastje voor de meer dan 50 lievelingsboeken die ze kreeg.
Na een mooie speech van de toenmalige festivaldirecteur Rutger Wolfson werd er tot diep in de nacht op tafels gedanst.
Het gezamenlijke cadeau aan haar was een telescoop, want Dicky hield niet alleen van sterren van het witte doek maar ook van de echte, hoog in de hemel. Als ik op de berg in Ardèche bij haar was, lagen we ’s nachts vaak buiten in het gras naar de Melkweg en de maan te turen. Maar in haar grotachtige badkamer hing ook een portret van jaren ’30 heartthrob Clark Gable.
– door Mieke van der Linden
