John Torres is een filmmaker die altijd filmt. Zoals een dichter altijd een notitieboekje en een schilder altijd een schetsboek bij zich draagt, zo heeft Torres altijd een camera bij zich. Hij schrijft geen scenario’s, maar verzamelt en rangschikt fragmenten. Na zijn stadsfilm Todo Todo Toros is dit een echte plattelandsfilm. Zijn hoofdpersoon, het meisje Sarah, begeeft zich tussen de bewoners van Guimbal op het eiland Panay en improviseert haar scènes. Ze int schulden en haalt bezittingen op, maar ook hun dromen, verhalen en herinneringen. Ze verhuist naar het eiland Negros om de man van haar dromen te ontmoeten en neemt daar diverse rollen aan. Ook de filmmaker gaat zijn dromen achterna en verzamelt verhalen en poëzie. De grote dichters Eric Gamalinda en Joel Toledo worden geciteerd, maar ook zijn dialogen in de oorspronkelijke Hiligaynon-taal onvertaald in de film opgenomen om hun klank, als muziek. Een bijzondere werkwijze. Een soort experimentele antropologie in eigen land.