De bruit et de fureur begint wanneer de dertienjarige Bruno in een arme buitenwijk van Parijs gaat wonen. Hij wordt door zijn moeder aan zijn lot overgelaten; zijn enige gezelschap in de goedkope huurflat is een kanarie. Op school besteedt een jonge onderwijzer wat tijd en aandacht aan hem. Bruno is introvert, anders dan zijn agressieve medeleerlingen, en valt daarom buiten de groep. Toch raakt hij bevriend met de opstandige delinquent Jean-Roger, die in dezelfde flat woont. Bruno ontdekt het milieu van deze ruwe en provocerende jongen, met een autoritaire vader en vrienden die zich verliezen in zinloos geweld. Bruno wordt een passieve toeschouwer van een ontketening van bloed en vuur.Deze flamboyante film met een vleugje Shakespeare mengt realisme, droomwereld en lyriek. De basis is documentair, gewelddadig en reëel. Het beschreven wereldbeeld is hard. Voortdurend wordt dit beeld echter onderbroken door droomverschijningen. Pedagogie en waardigheid zijn de twee krachten in deze humanistische film; zij leiden Jean-Roger naar verlossing. De bruit et de fureur is een werk dat ons vragen stelt over onze plaats als toeschouwer – van de film, en van de wereld. (Jacques Déniel)