Een mooie en gevoelige film die zweeft tussen het komische en het melancholische. Hij oogt vlot, nonchalant bijna, en kent haast documentaire momenten. De film is klein gehouden, intiem, en bevat fraaie, zeer naturalistische acteerprestaties. De film lijkt verschillende stijlen te vermengen; vlotte luchtige gedeelten worden afgewisseld met bijna rauw gefilmde tragische scènes. Het verhaal van de film wordt niet rechtlijnig verteld, Sjoeksjin veroorloofde zich allerlei zijpaden en uitstapjes die de film zeer levendig en authentiek maken.Hoofdpersoon Egor, door Sjoeksjin zelf gespeeld, komt uit de gevangenis en legt contact met zijn correspondentievriendin Ljoeba. Ietwat halfslachtig besluit hij een nieuw leven te beginnen, maar als het met Ljoeba lijkt te klikken wordt zijn besluit krachtiger. De plattelandsomgeving waar Ljoeba woont reageert agressief en wantrouwend. In hun ogen blijft Egor een misdadiger. Dat blijft hij ook in de ogen van zijn voormalige kornuiten (een soort gangsters die komisch genoeg naar Amerikaanse voorbeelden zijn gemodelleerd), die wraak op hem nemen als hij weigert weer met hen in zee te gaan.De rode vlier ademt de vrolijk ironische sfeer van de zogenaamde dooi-films uit de jaren zestig, de jaren dat Sjoeksjin werd gevormd en als cineast debuteerde. Heel geleidelijk voegt Sjoeksjin echter een meer dramatisch element in, door iets van het verleden van Egor te onthullen en hem te laten terugkeren naar de plaats van zijn jeugd (de plaats waar de vlier uit de titel staat).De Italiaanse kenner van de Sovjet-cinema, Giovanni Buttafava, acht Sjoeksjin zeer hoog: ‘De Sovjet-cinema heeft in hem een groot en “waar” auteur gevonden, misschien wel zijn auteur bij uitstek’.