Het uitzicht vanuit het raam blijft onveranderlijk. Niettemin trekt het meisje steeds haar oogleden op, iedere keer als er een polaroidfoto genomen wordt.
18.00 u: herinner ik me niet, alles onbeweeglijk
24.00 u: schaduwen in de zoeker, de stad is bevroren.
Ik ben zo moe, ze kamt zich, verplaatst haar hoofd, gooit haar haar naar achteren dat gefixeerd is als heel haar figuur, in de rechthoek van de keuken weerkaatsen de ametistblauwe flitslichten.
4 maart: telefoneren, mens en bomen onder de regen.
5 maart: ik ben hier. Onderbroken ademhaling; radio aan.
Zij blijft vanuit spleetjes kijken zonder te zien. De fijne vingers als reizigers het voorhoofd overstekend verwachten waarschijnlijk allerverste sterren te liefkozen, hemel nacht hier nu.
Zomer. Herfst. Winter. Lente.