Peter en zijn vriendin Stepa komen in een provinciestadje aan om een concert te geven, waarbij Peter als solist zal optreden. Peter wil ook zijn oude vriend Bambas van het conservatorium weer bezoeken. Bambas en zijn vrouw Marus hebben twee kinderen en samen met opa en oma leiden ze een saai, maar aangenaam leventje. Een diner na een begrafenis eindigt in een heftige dicussie over niets. Daarna moet Peter nog repeteren, wat door Stepa, die zich verveelt, wordt verstoord. Als iedereen al naar bed is halen Peter en Bambas met een fles wodka herinneringen op aan de gezamenlijke schooltijd. Uiteindelijk besluiten ze op te stappen en een nieuw leven te beginnen, maar zodra ze op pad zijn gegaan, zien ze toch maar van dit plan af. Bij het ontbijt de volgende morgen is iedereen in een opperbeste stemming, terwijl Peter en Bambas last hebben van een hevige kater. Een nauwkeurige observatie van het alledaagse bestaan.