De rijke burgermeester van een dorp heeft mog steeds geen kinderen die zijn bezit kunnen erven. Zijn vrouw is onvruchtbaar en hij wil nu een mooie jonge boerendochter trouwen. Hij laat zich scheiden van zijn vrouw en huwt de boerendochter. Zij laat zich door hem echter niet benaderen en bezoekt regelmatig haar eerste echtgenoot, van wie ze een kind verwacht. Als de oude man hier achter komt, krijgt hij op slag een hartaanval en overlijdt. De grote erfenis is voor het kind dat de jonge vrouw Fatma verwacht en zij kan opnieuw haar eerste man huwen.