Een postbeambte uit Caïro wordt overgeplaatst naar een dorp in Boven-Egypte. Hij kan echter niet wennen aan het bestaan in het dorp, dat nog leeft naar oude gebruiken en zeden. Men sluit zich ook af voor deze ‘man uit de hoofdstad’. Om toch deel te krijgen aan het leven in het dorp, opent hij de brieven die voor de boeren bestemd zijn en zo wordt hij indirect getuige van een zich ontwikkelend drama: de dochter van de burgemeester heeft in de stad een jongen leren kennen van wie ze inmiddels ook zwanger is. De jongen vraagt om de hand van het meisje en alles schijnt goed te gaan. Maar dan laat hij zich ontvallen dat hij het meisje al eens eerder gezien heeft. En dan is volgens de gebruiken een huwelijk uitgesloten; de toekomstige echtgenoten mogen elkaar nooit ontmoet hebben. Nadat de vader de zwangeschap van zijn dochter bemerkt, steekt hij haar dood. Wenend draagt hij zijn geliefde kind door het dorp, gevolgd door de rouwende menigte.