In een straatje van een volkswijk in Caïro woont Taha, een jonge arbeider. Hij houdt van een meisje, maar veel hoop voor de toekomst is er niet want beiden hebben geen geld. Taha koopt een lot en schenkt het haar. Maar haar vader dwingt haar het lot weg te gooien omdat kansspelen volgens de Koran verboden zijn. Het lot valt in handen van een gek en dan blijkt er ook nog een grote prijs op te vallen. Het hele straatje viert deze gebeurtenis en iedereen hoopt met het geld van de gek gelukkig te worden. De gek wordt overvallen, er wordt gevochten en er valt een dode. De gek is er echter in geslaagd om het geld in een tas te verstoppen, die zijn geit om de hals draagt. Maar de geit verliest de tas en een voorbijtrekkende kudde geiten vreet al het papiergeld op. De twee geliefden zullen elkaar ook zonder geld wel trouwen en in het straatje gaat alles weer zijn gewone gang.