Wat in andere films met ‘onbelangrijk, triviaal, bijkomstig’ wordt afgedaan, is het echte onderwerp van Casta Diva. Een persoonlijke studie in het observeren van gebaren, bewegingen en gedrag van mannen. Geen mannen onder elkaar, wèl mannen geconfronteerd met zichzelf, met hun eigen lichaam, met hun eigen lichamelijkheid.
Het observeren, het intensief kijken, gebeurt beter in stilte: daarom is Casta Diva ook voor een groot deel stom: de beelden spreken, zoals weleer in een stomme film. “We moeten opnieuw stomme films leren maken met de geluidsfilm. We moeten de lichamen laten praten.”, zei de Afrikaanse filmmaker Souleymane Cissé. Af en toe wordt de stilte onderbroken door muziek: aria’s uit bekende opera’s van Puccini en Bellini, populaire liedjes van Dalida, operettemuziek van Offenbach. Op de geluidsband zingt de vrouw; in het beeld handelt de man.
Wat getoond wordt is heel gewoon en alledaags: het aandachtig, soms ook obsessioneel bezigzijn van de mannen. Wat gehoord wordt staat daar niet in verhouding mee: het is pathetische, melodramaticsh klinkende muziek. Casta Diva, zo heet een aria uit La Norma van Bellini: een gebed aan de ‘kuise god’.
Eric de Kuyper