De voormalige kapper J -met op zijn linkerarm de tatoeage ‘Born to win’- heeft per dag $100 nodig om zijn heroïnegebruik te financieren. Hij pleegt daarvoor kleine overvalletjes in Manhattan en is boodschappenjongen voor een grote dealer genaamd ‘The Greek’. Na een mislukte overval op een restaurant, steelt hij een leegstaande auto, maar wordt verrast door een goed geklede, aantrekkelijke vrouw, Parm, bij wie hij de nacht doorbrengt in haar East-Side appartement. De volgende dag heeft hij een onverwachte ontmoeting met zijn ex-vrouw, die hem vertelt in ruil voor shots als prostituee voor The Greek te werken. Samen met zijn vriend Billy steelt hij drugs van zijn ‘connection’ Stanley. De twee worden echter verrast door rechercheurs die hen voorstellen òf de gevangenis in òf mee te helpen The Greek te pakken. J zet een val op voor The Greek en gaat met Parm op vakantie. Bij terugkeer komt hij erachter dat The Greek de val ontlopen is en dat zijn vriend Billy is overleden aan een shot accuvloeistof; hij realiseert zich dat het shot voor hem bedoeld was. De rechercheurs blijven hem er echter toe dwingen met hen mee te werken. Ze verbergen heroïne in Parms wagen en arresteren haar. Ten einde raad gaat J naar The Greek toe voor een shot. Als hij het krijgt vraagt hij of er soms ook accuvloeistof in zit. ‘So what if it is? You’re the winner, aren’t you?’, aldus The Greek. Glimlachend antwoord J: ‘Born to win.’