Berlijn 1980: Anni’s opgroeiende zoon Andres neemt twee boeken mee naar huis: ‘Republiek Vrij Wendland’ voor zichzelf en een boek met foto’s van de studentenopstand in 1966-69 voor zijn moeder, die daaraan deelgenomen heeft. Deze periode leidde tot de oprichting van ‘het collectief voor de bevrijding van vrouwen’. Daarmee begon wat nu ‘de nieuwe vrouwenbeweging’ heet. Der subjektieve Faktor is de biografie van één vrouw: het is Anni’s leven. Haar menatliteit, haar verlangen, haar kennis, haar verbeelding en wensen hebben deze gebeurtenissen voortgebracht. De film onderstreept niet de gemeenschappelijke ervaringen. Hij richt zich op het individuele. Hij maakt het mogelijk die verbazing te vatten over al deze nieuwe ideëen. Hij richt zich tegen de veronderstelling dat de Kritiese Theorie en de studentenopstand aan de basis liggen van de Vrouwenbeweging. Nu spreken zij, die in die dagen niet gevraagd werden; alleen nu krijgen ze een kans. Het zijn de vrouwen -hun kinderen zijn inmiddels opgegroeid- die nu het onderzoek verrichten: beter laat dan nooit.
Er komen nu andere beelden naar boven. Beelden die zich onttrekken aan eenduidige interpretaties, die overgaan in verschillende relaties, terwijl de nieuwe manieren van leven ons nooit de oude doen vergeten. Deze mogelijkheden doen zich in de loop van de film voor. In het begin wordt Anni vrijwel alleen door mannen omringd. Later verandert dat en is het bijna geheel omgekeerd.