De film is een ironische bestudering van stedelijke corruptie, of hoe geld alle waarden in het leven omverwerpt. Arvind Desai is een nutteloze liberaal, geplaagd door een slecht geweten, maar niet in staat er iets aan te doen en troost zoekend bij een linkse vriend. Hij staat in een haat-liefde verhouding tot zijn zelfbewuste vader en veracht zijn moeder om haar passiviteit. Zijn favoriete hoertje is zijn tijdelijke troost. Zijn secretaresse, waarmee hij ook een relatie onderhoudt, verwordt langzaam tot een wegwerpartikel. Stilzwijgend stemt hij in met een huwelijk met een meisje van zijn eigen klasse. Alleen de dood is nog het antwoord voor zo’n verward, overgevoelig individu, zo’n vat vol innerlijke tegenstrijdigheden.