Benno, een orkestcellist, erft aan het begin van de film een som geld die hem meteen in staat stelt te doen wat hij zelf wil. Hij zet zijn cello in de hoek en stort zich op de dingen die hij altijd al belangrijk vond. Een opleiding tot politieman springt hem daarbij het meest in het oog. Helaas komt Benno niet door de psychologische test. Hij wil niet geloven dat hij niet goed genoeg is en denkt dat dit het begin is van een levensgroot complot.
Hij probeert het wijdvertakte net van sluwheden zelf aan het licht te brengen. Langzaam ontwikkelt de onschuldige cellospeler zich tot een volledig uitgeruste privédetective. Als hij tenslotte in vrouwen zuigende wezens ziet die hem alleen maar van zijn kracht willen beroven, is er van de avonturier niet veel meer over dan een masochist. Toch zie je als toeschouwer geen echte vijand in deze moderne Don Quichote. Hij wekt eigenlijk, door zijn klungelige manier van optreden en het ontbrekende succes, medelijden op, hoewel hij toch steeds meer een gevaar begint te betekenen.