De film vertelt van een jongen die op zoek naar geluk, een vaste baan en de vervulling van zijn dromen, in München aankomt. Hij zoekt twee oude bekenden op, en met z’n drieën beginnen ze een zuiptocht langs bars en cafés. Ze willen de goede oude tijd van het onbekommerde leven nog éénmaal tot leven brengen.
Als hij al een beetje aangeschoten is ontmoet hij op het toilet een familielid. Deze slaat hem een bloedlip, maar onze ‘held’ houdt er desondanks 1000 mark aan over. Dit is genoeg om in het land van de onbegrensde mogelijkheden naar het geluk te gaan zoeken.
Zijn vrienden vegen dit plan zonder meer van tafel. Waarom moet hij zich ook zorgen maken. Het geluk ligt op de straat en het grote geld komt morgen wel of misschien word ik wel verliefd, zo redeneert hij. Aan het einde van de film zien we hem waar we hem ook verwacht hebben: op het vliegveld München-Riem.