Een bewegende fotoroman in Fuji-Color.
Vader overlijdt bij Puccini op het toilet. Grootvader heeft een bom. Meneer Münch wil nicht Sophie in brand steken. Aurelio uit Syracuse is bang dat de mannen door de vrouwen als geiten de wei ingestuurd kunnen worden.
Kemal uit Istanbul zegt: “Ze houden al de toiletten bezet, ze willen dat wij het in onze broek doen.” Hans danst een tango met Elser en Sikka wordt door een vampier gebeten.
Tante Johanna steelt portefeuilles, omdat ze eenzaam is…
En de piloot, die in de oorlog van 14-18 opsteeg, om in 1980 bij een Duitse koffiefirma in te breken, zegt dromerig tegen mevrouw Trompeter: “Madame, de mooie dagen van Aranjuez zijn voorbij.”