Een koningin, die op Elisabeth van Oostenrijk lijkt, ziet dat haar man vlak na hun huwelijksvoltrekking wordt vermoord, zodat ze ook nog van de eerste nacht verstoken blijft.
Haar overleden man, die op Lodewijk de Tweede van Beieren lijkt, had zich bij de bevolking zeer gehaat gemaakt door veel te veel kastelen te bouwen en het geld over de balk te gooien. De jonge weduwe is ongelukkig en probeert haar noodlot te ontvluchten. Rusteloos zwerft ze van het ene paleis naar het andere. Ze is steeds in sluiers gehuld. De mensen die haar niet kennen roddelen over haar.
Ondertussen proberen vijanden van de kroon haar te doden. Sebastian, een jonge poeet, moet die opdracht uitvoeren. Sebastian wil de koningin de macht weer terug geven, die edelen op het koninklijk paleis inmiddels op slinkse wijze in handen hebben gekregen.
Graaf Föhn, de politiechef, die hiervoor verantwoordelijk is, komt achter de romance en chanteert Sebastian. Die begrijpt dat de edelen hem willen gebruiken om de naam van de koningen in discrediet te brengen. Sebastian besluit de gifbeker te nemen. De koningin, die hem ziet sterven, wil nu niet meer leven en ze wil doodgaan op een manier die een koningin waardig is…