In een afgelegen bergdorp in Oost-Anatolië is al het land in handen van de plaatselijke heerser, de Aga. De bewoners leden er een hard bestaan onder de traditionele en economische hegemonie van de Aga en de religieuze leider. Hazal, de dochter van een van de arme families, werd in ruil voor geld uitgehuwelijkt aan de zoon van een rijke familie. Deze ging in dienst en kwam niet meer terug. Daarna moest ze trouwen met zijn jongere broer van elf jaar, Ömer, die een religieuze opleiding genoot.
Het huwelijk tussen Hazal en Ömer ging natuurlijk slecht. Met behulp van een ver familielid probeerde zijn moeder er via hekserij voor te zorgen dat haar geslacht zou blijven bestaan. Ömers zuster Feso bezwijkt onder de druk van deze omstandigheden en pleegde zelfmoord.
Terwijl al deze dingen gebeurden, kwamen de eerste mannen naar het dorp om aan een wegenproject te werken. De Aga gaf echter geen toestemming voor de weg die over zijn land zou lopen en de religieuze leider verzette zich eveneens en probeerde de bewoners te beïnvloeden.
Alleen Emin verdedigde het project. Na elkaar een paar keer ontmoet te hebben, besluiten Emin en Hazal het dorp te ontvluchten.