De familie Ortlieb leefde in zekere harmonie en grote vrede totdat vader sterft. De familieidylle is even verstoord, maar Josefine neemt de rol van de vader over. Zij probeert uit alle macht het gezin voor de dreigende leegte te beschermen en ten koste van alles de familieband te bewaren. Die eenheid betekent voor haar ook dat elk contact met de buitenwereld een gevaar is. Zij verbiedt elke verhouding die haar broers en zuster aangaan.
Josefine’s liefde voor haar familie neemt steeds meer ziekelijke vormen aan. Op het laatst dwingt ze haar familie min of meer te verhuizen naar het platteland. Als ze dan hoort dat haar broer een verhouding met een collega op de bank heeft, besluit ze de familieeenheid voor goed veilig te stellen…