De in Zwitserland geboren Belg Boris Lehman werkt sinds enkele jaren in een centrum voor geestelijk gehandicaptee in Brussel, de ‘Club Antonin Artaud’. Als onderdeel van de therapeutische behandeling maakt Lehman gebruik van film. Films worden niet alleen vertoond, maar belangrijker nog, ook gemaakt met de bewoners van het centrum. Van 1975 tot 1978 werkte hij met meer dan 150 mensen aan de realisatie van een film over de Brusselse wijk, waarin het centrum ligt, de ‘Béguinage’. Het is één van de oudste wijken van de stad, die langzamerhand ook ten prooi dreigt te vallen aan het oprukkend gespeculeer van hotel- en kantoorbouwers.
In bijna tweeënhalf uur toont Lehman allerlei aspecten van het leven in deze wijk, waarbij het accent ligt op de oudere bewoners. Hoewel de film gebruikt wordt door wijkcomité’s, die vechten voor de belangen van de bewoners, heeft Lehman niet het idee dat zijn film oude stadswijken kan redden. “Het is in zekere zin een archeologische film”, zegt hij, “omdat ik me gericht heb op dingen die dreigen te verdwijnen en waarvan er inmiddels al enkele verdwenen zijn. De film heeft meer een metaforische dan een sociale betekenis.
In een ander opzicht kan men de film ook als een auteursfilm zien, omdat er een aantal esthetische principes aan ten grondslag liggen. Ik wilde me verwijderen van de traditionele documentairefilm door onder andere af te zien van intervieuws, commentaar en verklaringen. Ik heb de film opgebouwd als een fictie. De personages zijn op een bepaalde manier geënsceneerd, alles is gereconstrueerd. Dat zijn de belangrijkste uitgangspunten.”