Op 3 december 1970 begint onder uitzonderlijk strenge bewaking het proces tegen zeventien militante ETA-leden, die de politie verantwoordelijk acht voor de dood van Manzanas, commissaris van de sociaal-politieke brigade van Guipuzcoa. Zowel in Baskenland als in Spanje gaan er voortdurend massa’s mensen de straat op en de weerslag van het proces op de publieke opinie in het buitenland is groter dan ooit tevoren. Op 6 december begint het verhoor van de beklaagden, die daar met instemming van hun advocaten gebruik van maken om de situatie in Baskenland wereldkundig te maken. Op 7 december verdaagt de president van de rechtbank het proces zogenaamd wegens ziekte van de griffier, het enige lid van het triubunaal voor wie geen vervanger is. Het is duidelijk dat ze het niet langer aankunnen en instructies nodig hebben uit Madrid. Na een schorsing van 24 uur, gaat het proces weer verder. De opstelling van de rechtbank is zo mogelijk nog harder. De beklaagden komen praktisch niet meer aan het woord, maar ze grijpen de minste gelegenheid aan om met hun verklaringen de procesgang te verstoren.
Op 9 december legt Mario Onaindia als laatste beklaagde zijn verklaring af en draait zich dan om naar het publiek onder het roepen van ‘Gora Euskadi Askatuta’ (vrijheid voor Baskenland), dat vervolgens in koor wordt gescandeerd door het publiek. Enige militairen trekken hun sabel en de zaal wordt ontruimd, terwijl men het Baskische volkslied zingt. Vanaf dat moment wordt het proces voortgezet achter gesloten deuren.
De protesten en manifestaties blijven doorgaan, maar tegelijkertijd beleeft Spanje een waar nazistisch réveil met in de grote steden fascistische steunbetuigingen aan het régime en het leger.
Op 28 december tenslotte worden de advocaten bijeengeroepen om de veroordelingen te vernemen: negen maal de doodstraf en gevangenisstraffen van in totaal 519 jaar. Het nieuws over de doodstraffen gaat snel de wereld rond. Overal worden de protesten feller en in alle delen van de wereld oefenen regeringen druk uit opdat de ter dood veroordeelde Baskische revolutionairen gratie krijgen.
Uiteindelijk zet Franco op 30 december de doodstraffen om in levenslang. De zeventien geven vanuit de gevangenis de volgende verklaring uit: “Het Baskische volk en de solidariteit van het volk in de rest van de wereld hebben ons leven gered. Daarvoor moeten we dankbaar zijn. Maar wij en vele, meer vaderlandslievende Basken zitten nog steeds gevangen. De strijd van het Baskische volk gaat door. We vragen om de solidariteit van de overige volkeren tot aan de eindoverwinning.”
Film details
- Productieland
- Spanje
- Jaar
- 1979
- Festivaleditie
- IFFR 1980
- Lengte
- 134'
- Medium/Formaat
- -
- Première status
- -
- Regisseur
- Imanol Uribe