Het echtpaar Schmidt woont in een grote stad. Ze leiden een geregeld en rustig leven. Ze hebben geen vrienden, want Simon wil zijn jonge vrouw Gesine met niemand delen. Op een gegeven moment voltrekt zich in Simon een, aanvankelijk nauwelijks zichtbare, verandering. Steeds sterker voedt hij het vermoeden dat Gesine minder van hem houdt. Dit vermoeden wordt zo sterk, dat hij besluit zijn vrouw op de proef te stellen. Op een avond verlaat hij de woning onder het voorwendsel dat hij op reis moet. Hij neemt op hartelijke wijze afscheid van Gesine, verlaat het huis en huurt op een van de volgende dagen onder de naam Kantorowitz een woning, van waaruit hij de woning van Schmidt in de gaten kan houden.
Zijn argwaan ten opzichte van Gesine wordt nu al sterker. Aangezien hij slechts een deel van het huis kan zien, meent hij Gesine al spoedig in een dubbelzinnige situatie met zijn collega Kaminski te betrappen.
Op een dag schijnen zijn verwachtingen bewaarheid te worden, en Simon handelt. Hij handelt als iemand die het vermoeden voor werkelijkheid houdt. Hij handelt zoals velen, die uit angst te verliezen wat ze bezitten, zichzelf noch anderen toestaan een eigen persoonlijkheid te uiten. Kaminski handelt, omdat het in zijn aard ligt zo te handelen. Hij is teder, omdat hij begrijpt dat de vrijheid van anderen zijn eigen vrijheid is. Gesine zegt: ‘Misschien ben ik te bang om überhaupt iets te doen.’