Laub vol Trauer is het verhaal van een irritatie. Wij vroegen ons af of, wanneer het te realiseren is dat herinneringen willekeurig en rechtstreeks door direct ingrijpen in de hersenfunctie, losgewerkt, uitgevlakt, verwisseld en vervangen kunnen worden, dan zou niet alleen een zeer elegante oplossing zijn gevonden voor Frankensteins probleem, maar dan zou ook een ieder zich het Monster kunnen wanen. De biografie die men in zijn hoofd heeft is voor niemand meer een bewijs. Het besef dat men ooit een kind was, wil niet zeggen dat men inderdaad dat bepaalde kind is geweest. Natuurlijk zijn er documenten die dat uitwijzen, maar die kunnen vervalst zijn.
De hele wereld, dachten wij zo, wordt op dat moment tot hersenschim. Bewustzijn en zelfbewustzijn lijken een truc van de technocraten. Juist het aantrekkelijke monster en het logisch redenerende warhoofd vervullen ons met afgrijzen.
Dat was het uitgangspunt van ons verhaal. De protagonist -Robert Bornheim- is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan een instituut voor hersenonderzoek. Er wordt een experiment ondernomen. Hij begint te twijfelen -en dat is het begin van de vertwijfeling.