Van de vitaliteit van neo-decadente richting (Bene, Schroeter, Schmid), esthetisch en gelikt, traag romantisch, getuigt op ondubbelzinnige wijze een film die in Toulon werd bekroond, [cs]Paradiesgarten[ce] van Bernd Schwamm en Silvia M. Andragora. In lang aangehouden, meestal stilstaande totaalbeelden van een bos (op de wijze van Rousseau le Douannier), oevers van een meer, de kamers van een groot buiten, waarin de helden (twee mannen en een vrouw -zeer mooi-) uit het beeld verdwijnen of verstillen, speelt zich een drama van liefde en dood af (een beetje extravagant maar desondanks nogal koel, dank u). De film is zeer mooi opgebouwd uit grote blokken tijd en ruimte, vaak volkomen verstild, waarin het eenvoudige beeld van een vrouw die zichzelf bekijkt in een spiegel met witte lijst of waarin lange blikken, de aanzet alleen van gebaren, de sobere aanduidingen zijn van een gespannen spel van hartstocht.
(Dominique Naguez in L’art vivant, oktober 1974)