Hauffs film weet het niet bij voorbaat beter. Integendeel. Hij begint in zekere zin in onschuld: de kennismaking met het gevangenismilieu voltrekt zich bij de toeschouwer tegelijk met die van de onwetende Franz Blum. Reinhard Hauff heeft het verhaal over de manier waarop de gevangenen tot discipline komen op het eerste oog kritiekloos gefilmd. Maar een kritische toon zou hier storend zijn geweest. In de voorgewende afstandelijkheid waarmee de camera de gevangenen tot in de details van hun bezigheden registreert, ontstaat een dermate dichte en authentieke atmosfeer, dat de identificatie van de toeschouwer met de nog zwakke Blum in de loop van het verhaal noodzakelijkerwijs in zijn tegendeel omslaat. De precieze, effectvolle manier van werken, die in het eerste gedeelte slechts gevoelens oproept, voert konsekwent, als vanzelf, tot een rationeel oordeel. Deze film maakt duidelijk dat een politieke film niet door de juiste uitspraken maar door het filmen ontstaat, door verheldering met behulp van filmische middelen.
(Süddeutsche Zeitung)