Allonsanfan
Interview met de makers:
– Kunt u [cs]Allonsanfan[ce] refereren aan bepaalde muziek, zoals dat bij vorige films van u mogelijk is?
Vittorio: [cs]Allonsanfan[ce] is een opera. Bij de voorbereidingen van de film luisterden we veel naar Verdi, Lucia di Lammermoor, Macbeth. In feite refereren we aan de passies die in ons zijn ontstaan. Verdi en de lyrische opera betekenen voor ons een polemisch moment: ze zijn het enige wat niet kleinburgerlijk is in de italiaanse cultuur.
– Houdt u van het regisseren van amateurs, zoals bepaalde neo-realisten?
Vittorio: We werken het liefst met beroepsacteurs. Een acteur moet een instrument zijn. Hoe gevoeliger het instrument, hoe beter de muziek. Paolo: Toen we in het stadium van uitwerken hoorden dat we Marcello zouden krijgen, heeft Allonsanfan op een bapaalde manier vorm gekregen. In het algemeen hebben we al een acteur op het oog, denken we al schrijvend aan hem, aan zijn gezicht, zijn lichamelijke aanwezigheid op het doek, de emotionele reacties die hij kan hebben.
– Waarom Lombardije 1816, het instorten van Napoleon en de laatste verworvenheden van de franse revolutie?
Vittorio: Zoals altijd is de geschiedenis voor ons slechts referentiepunt, een gelegenheid om bepaalde ideeën, hedendaagse onderzoekingen aan op te hangen. Zoals altijd hebben we ook een synthese gemaakt. Daarom gebeurt in de film in korte tijd wat in feite tien jaar duurde. Een precieze reconstructie interesseert ons niet. Paolo: De ‘Frères Sublimes’ was een sectie die een band had met de stellingen van Babeuf en Bonarroti, die tijdens de restauratie werkten. De naam is niet helemaal juist. De film is trouwens tot wanhoop van de historici vol met halve juistheden: de groep opstandelingen bijvoorbeeld die op expeditie naar het zuiden trekt, kleedt zich met rode hemden, terwijl we allemaal weten dat Garibaldi veel later tot rode hemden kwam!
– Uw betoog lijkt zich te concentreren op het individuele drama aan de ene kant en de collectiviteit aan de andere, individu en groep in het aangezicht van utopie en vernietiging. Paolo: Saint Michael was de uitdrukking van een fase van droogvaallen, van confrontatie van ideeën. [cs]Allonsanfan[ce] ontwikkelt dit thema. Als de hoofdrol van Saint Michael geen zelfmoord had gepleegd in de lagune, als hij verder zou hebben geleefd, zou het niets of het verraad hem hebben gewacht. [cs]Allonsanfan[ce] is dat: het verraad en de terugtocht. Vittorio: Het publiek dat getuige is van een botsing tussen twee tegenovergestelde teleurstellingen die voortkomen uit dezelfde crisis -de ene die de oplossing denkt te vinden door te duiken in het verleden, de ander door te ver vooruit te springen- zou zich moeten afvragen of er geen derde manier is om de werkelijkheid te confronteren. We zouden willen dat het publiek die oplossing zelf probeert te vinden, zoals wij, de makers van de film, daar ook mee bezig zijn.
(met Aldo Tassone voor Image et Son, maart 1974)
Film details
- Productieland
- Italië
- Jaar
- 1974
- Festivaleditie
- IFFR 1975
- Lengte
- 91'
- Medium/Formaat
- -
- Taal
- Italiaans
- Première status
- -
- Regisseur
- Paolo Taviani, Vittorio Taviani