Pat Hartley, een cynisch meisje uit New York, besluit Los Angeles te verlaten na eerst Jesus-freaks en daarna de politie van zich te hebben afgehouden. Ze vliegt naar Honolulu, waar een vriend haar laat zien hoe de ontwikkeling van het toerisme het eiland vernielt en een japans computercentrum voor ruimteprogramma’s wordt ontworpen. Het is dan ook een opluchting wanneer ze verder trekt naar het naburige eiland Maui, waar ze namens een vriend kijkt wat er in het Rainbow Bridge Occult Research Meditation Centre precies gebeurt. Jonge mensen experimenteren er met yoga, drugs en zuiver voedsel, onderzoeken er astrologie, sex en ecologie en surfen of maken muziek. Hartley beschouwt het geheel aanvankelijk nogal sceptisch, maar op het moment dat haar gevoelens ten aanzien van het centrum sterk uiteenlopen, arriveert Jimi Hendrix met zijn groep om voor het centrum een concert te geven. Na het succesvolle concert dalen Pat en de anderen af in de vulkaankrater waarin het is gegeven en praten daar met een vrouw die zegt contact met ruimtewezens te hebben gelegd. Wanneer ze de vulkaan hebben verlaten, komt deze tot uitbarsting.
Jimi Hendrix was een figuur die in de cinema van de “tegencultuur” steeds weer opdook: hij zette “Montery pop” letterlijk in vuur, vormde de climax van Woodstock en gaf daar zijn politieke dimensie aan met zijn “Star Spangled Banner” en zijn stem begeleide de Easy Riders op weg naar het zuiden. Zijn verschijning in Rainbow Bridge staat in objectieve verhouding tot de rest van de actie, geeft die actie inhoud die in feite gemist had kunnen worden. Chuck Wein zag de film in eerste instatie kennelijk als een improvisatie van een groep binnen een vastgelegd bedacht schema; een methode die een uitbreiding is van het werk dat hij met Warhol (“My Hustler” en zo’n dozijn andere) heeft gedaan en tegelijk een meer sophisticated poging dan wat hij was begonnen met het zwart-wit materiaal dat (in andermans handen) de basis voor “Ciao! Manhattan” heeft gevormd.
Voor Rainbow Bridge schoot hij zo’n 42 uur materiaal, zijn uitgebreide cast aanmoedigend alle onderwerpen te bediscussiëren die ze bezig hielden en daarna monteerde hij het resultaat zo dat de gemakzuchtige elementen zoveel mogelijk werden geëlimineerd en hetgeen overbleef zo representatief mogelijk was. Om het geheel te verankeren in een meer toegankelijke context, gebruikte Wein drie middelen: in de eerste plaats de rol van de schampere Pat Hartley als mogelijkheid tot indentificatie voor het publiek waardoor de cliché’s van het bekerende toontje worden afgeschuurd, in de tweede plaats sterke natuurlijke beelden als contrapunt tot flarden visuele sprookjesachtigheid en in de derde plaats de persoonlijke aanwezigheid van Hendrix, een levende mythe waarvan algemeen wordt verwacht dat die langer voort zal leven dan de philosofische speculaties van de mensen om hem heen.
Het resultaat is een film die als weinig andere films representatief is voor zijn tijd; zelfs de lukrake camerastijl komt eerder over als vindingrijk dan als chaotisch nu Wein zijn onderwerpen juist dat perspectief heeft gegeven dat in films als “Ciao! Manhattan” helemaal ontbreekt. Natuurlijk zijn er losse shots en sekwenties die extra opvallen: de eerste surfsekwentie met David Nuuiwha, de successieve beelden van natuurkrachten (wind, zee, vulkaan) als tegenstelling tot al het gepraat over geestelijke krachten.
Maar de film blijft interessanter als geheel dan als een optelsom van losse zaken. En dit onverwachte geheel komt voort uit de verbinding van feiten en verzinsels, de veranderingen in snelheid en toon en de tegenstellingen in de inhoud. De film is een smeltkroes waarin ook het zaad van de steen der wijzen is te vinden. En het feit dat de “wijze” hier Jimi Hendrix is, is de beste nagedachtenis die men zich voor hem denken kan.
-Tony Rayns in Monthly Film Bulletin, juli 1973
Film details
- Productieland
- Verenigde Staten
- Jaar
- 1973
- Festivaleditie
- IFFR 1974
- Lengte
- 103'
- Medium/Formaat
- -
- Taal
- Engels
- Première status
- -
- Regisseur
- Chuck Wein
- Scenario
- Chuck Wein