La faute de l’abbe Mouret
La faute de l'abbe Mouret
Het is nauwelijks verrassend dat, terwijl hij grotendeels trouw blijft aan Zola’s roman, Franju tot een sprookje van eeuwige liefde maakte wat in feite een psychologische analyse is van de frustraties van een jonge priester en zijn val.
Hoewel precies dezelfde gebeurtenissen worden weergegeven in boek en film, en Zola zelfs op Franju’s eigen terrein verder gaat in het oproepen van de fantasiewerled van Le Paradou (waar de abbé en Albine van de vrucht van de zonde proeven en wat niet minder is dan een wedergeboren Tuin van Eden) is het verschil in toon en benadering opmerkelijk. Franju refereert bijvoorbeeld helemaal niet aan de lange analyse van de manier waarop Serge als kind in het seminarie zijn verlangens sublimeerde tot een fanatische verheerlijking van de afbeeldingen van de maagd Maria. En, nog belangrijker, Franju laat de hele beschrijving weg van de manier waarop Serge, na zijn val, zijn verheerlijking overbrengt op de Christus aan het kruis, daarmee bevorderend dat hij door zelfkastijding en zelfonthoudingzich verzoenen kan met zijn scheiding van Albine. De abbé Mouret van Franju verlegt nooit zijn aanhankelijkheid: voor hem zijn Albine en de maagd een en dezelfde. De belangrijkste afwijking komt misschien in de scenes op Le Paradou. In Zola’s roman wordt Serge, wanner hij hier na zijn ineenstorting verzorgd is door Albine, letterlijk beschreven als “herboren”. Immers, ze verzorgt hem niet alleen maar leert hem opnieuw lopen, van de zon te genieten, de natuur te voelen. Met totaal onschuldig plezier in hun spel zwerft het paar diir het paradijs waarin ze de enige mensen zijn, steeds dichter de boom naderend waarvan ze op een of andere manier voelen dat hij verboden is, maar die, zo houdt Albine vol, de boom des levens is, de bron van allevreugde. Maar Albine is net zo’n kind als Serge. Ze verleidt hem niet: ze groeien samen op en gezamelijk worden ze in verleiding gebracht de verboden vruchten van de liefde te proeven. Ondanks zijn allegorische opzet is Zola fundamenteel realistisch, zijn stelling gebaseerd op wetenschappelijk determinisme. “Het was de tuin die de val heeft gewild”: het is natuurlijk voor een man om lief te hebben, maar onnatuurlijk voor een godsdienst om dit te onderdrukken.
Franju’s Albine daarentegen is een mythologische creatie, absoluut geen onschuldig kind. Zij is Morgan le Fay, Isolde, de Schone Slaapster tesamen, een verleidster, een ideaal, die zich vrij aan Serge aanbiedt. Rond haar hangt een ondefinieerbare sfeer van magie.
…
het is tenslotte duidelijk dat men La faute de l’abbé Mouret moet zien als een vreemde vegatatie door de manier waarop Franju een paganistische draai geeft aan Zola’s allegorie; hij laat Albine alleen maar sterven om haar opnieuw geboren te laten worden.
Tom Milne in Sight and Sound, 1970/1971
Film details
- Productieland
- Frankrijk
- Jaar
- 1971
- Festivaleditie
- IFFR 1974
- Lengte
- 95'
- Medium/Formaat
- -
- Taal
- Frans
- Première status
- -
- Regisseur
- Georges Franju
- Scenario
- Georges Franju