Interviews

Mees Peijnenburg over Paradise Drifters

Mees Peijnenburg wordt gerekend tot een van de meest veelbelovende filmtalenten van Nederland. Met Paradise Drifters, over drie dakloze tieners die tegen de klippen op knokken voor een beter bestaan, lost hij die belofte meer dan in.

Geschreven door Anton Damen

Met Paradise Drifters heb je een mooie dubbelpremière te pakken: de nationale is voor IFFR, daarna reis je met de film door naar Berlijn. Het is vast niet je eerste keer in Rotterdam?
“IFFR sla ik nooit over, ik kom er denk ik al vanaf mijn zeventiende. Als bezoeker probeer altijd een evenement als de VPRO-dag mee te pikken. Toen ik nog op de filmacademie zat, gingen we met de hele klas. En mijn vriendinnetje komt uit Rotterdam. Het toffe van een festival als IFFR is de internationale uitstraling en het gemêleerde publiek. Je voelt je er een echte wereldburger. Ik zie er leuke, gekke of bijzondere Aziatische en Oost-Europese cinema die ik op andere festivals niet tref. Het is een mooie vertegenwoordiging van een bepaalde sensitiviteit in cinema.”

“Hoe vet is het dat mijn film daar in première gaat, op zaterdagavond, in Pathé 1 op het grootste doek van het festival? De voorstelling is helemaal uitverkocht, ik word gebombardeerd met appjes van mensen die geen kaartje konden krijgen en hopen dat ik iets kan regelen. Ik heb er enorm veel zin in. En hoop natuurlijk dat de film daarna de hele wereld bestormt."

Wat betreft dat internationale karakter: Paradise Drifters voelt nergens als een typisch Nederlandse film.
“Ik kom uit Nederland en woon in Nederland, maar mijn wereld is natuurlijk veel groter. Ik ben door heel wat buitenlandse filmmakers geïnspireerd. Door Mexicanen als Iñárritu met Biutiful en Cuarón met Y tu mamá también, maar ook door Gus van Sants Elephant. En niet alleen film, ook door videoclips en andere kunstvormen.”

“Mijn wens is om arthouse toegankelijk te maken – ook voor mijn leeftijdsgenoten. Er is niets mis met toegankelijkheid; ik vind het persoonlijk heel onprettig als ik in een museum ben en me dom voel. Dan sluit je je publiek uit. Desalniettemin mag je als maker best de kijker uitdagen. Dat is precies de balans die ik zoek.”

“Arthouse gaat voor sommige mensen gebukt onder stigma's, dat het ingewikkeld, zwaar en depressief zou zijn. Met Paradise Drifters wil ik een brug slaan. Dus ondanks het feit dat de levens van mijn hoofdpersonen alle ingrediënten bevatten voor een verrot bestaan, kies ik ervoor de hoop te belichten. Het zijn personages die strijden voor een beter bestaan. Dat is de oerkracht van de mens, en daarin schuilt de sprankeling en de schoonheid. Ik heb zelf nooit op straat geleefd, maar iedereen zou zich moeten herkennen in de zoektocht naar liefde en verbinding met de ander.”

Wat de film ook on-Nederlands maakt, is de setting. Paradise Drifters speelt zich grotendeels af in Marseille en Barcelona.
“Ik gok dat zo'n zeventig procent van het verhaal zich in het buitenland afspeelt. Daar zitten wat interieurs tussen die we gewoon in Nederland bouwden – maar we draaiden ook over de grens, op plekken aan de periferie van de samenleving. Op plaatsen waar je als doorsnee toerist nooit komt en waar andere regels gelden. In Marseille draaiden we op een locatie waar de drugskartels de dienst uitmaken. Daar werd ons verstaan gegeven dat we tot 11 uur dat pand vanuit díe richting mochten filmen, maar niet daarna. 'Anders word je beschoten met een Kalasjnikov'. In de zigeunerwijk in Barcelona waren ook strikte spelregels. Er stond beslist wat op het spel, maar dat was ook precies de bevestiging waarom we deze film wilden maken.”

Het is een frisse, lekker eigenwijze film. Eentje die zich niet in een hokje laat stoppen. Bijna een roadmovie zonder road.
“Exact. Als je de film nog eens kijkt, zul je zien dat we nooit in een rijdende auto zitten. Dat is een manier om het gefragmenteerde bestaan van de hoofdpersonages te benadrukken. Hun leven is net zo versnipperd als de film.”

Photo in header: Mees Peijnenburg © Tomas Mutsaers