Verhalen

Hoe krijg je een filmpubliek stil?

Stilte in de zaal. Dat is, in een notendop, het vertrekpunt van het filmprogramma Say No More. Programmeur Edwin Carels kreeg het idee voor deze insteek in – hoe kan het ook anders? – de bioscoop

“Ik zat bij een vertoning van Video Home System, een documentaire waarin de filmmaker, Guusje America haar vader met een camera volgt”, vertelt programmeur van het Say No More-programma Edwin Carels. “Ik merkte dat de eerst zo rumoerige zaal opeens heel stil en gefocust was, toen duidelijk werd dat de film over meer ging dan alleen over een dochter die haar vader filmt tijdens zijn klusjes.”

Deze collectieve stilte, het aandachtige samenzijn, is heel specifiek voor film, vindt Carels. Het is ook iets waar we in ons dagelijks leven niet genoeg de tijd voor nemen. “We zijn allemaal ontzettend druk met praten, maar luisteren zouden we ook eens wat vaker moeten doen. Het samen stil zijn en luisteren is een bijzonder onderdeel van de bioscoopervaring, dat ik als programmeur graag eens wilde benadrukken. Wat is stilte? Hoe komt het tot stand?”

Hoe stiller de film, hoe stiller de zaal

Video Home System toont een van die manieren: hier maant het onderwerp het publiek tot stilte. Een meer rechttoe-rechtaanbenadering kan natuurlijk ook: het programmeren van films waar zelf weinig in gepraat wordt. “Ik heb geprobeerd het gesproken woord zo veel mogelijk uit het programma te houden”, legt Carels uit. “Want hoe minder er gesproken wordt op het scherm, hoe aandachtiger je als kijker het verhaal moet volgen.”

Een letterlijk voorbeeld hiervan is te vinden in een van de twee exhibities van Mika Taanila. IFFR haalde de voorstellingen van de Finse filmmaker speciaal voor het programma Say No More naar Rotterdam; beide zijn gratis te bezoeken. In My Silence (On Paper) verwijderde Taanila alle dialogen uit het filmscript van My Dinner with André (1981) van Louis Malle – een film die notabene volledig draait om een gesprek tussen twee vrienden.

Je vindt het ook terug in de vier filmfeatures in het programma. Zo heeft de hoofdpersoon van In My Room, een niet al te getalenteerde cameraman, weinig reden meer tot praten wanneer door een ramp alle andere mensen van de aardbodem lijken te zijn verdwenen.

Ook Walden en The Harvest spreken voor zich. De eerste volgt de reis van een stapel planken vanuit Oostenrijk naar het Braziliaanse regenwoud, de ander toont zonder verbaal commentaar of achtergrondmuziek het veranderende landschap van de Kakheti-streek in Georgië, bekend van wijn, vlees en bitcoins. In La lucarne des rêves maken twee componisten van alledaagse geluiden onalledaagse muziek.

Op zoek naar de ultieme stiltebeleving

Het echte stilte-experiment vindt plaats in de vier compilatieprogramma’s. Ieder programma heeft een eigen thema. De huizen in Say: no more domestic silence – waar ook Video Home System bij is te zien – fungeren als echokamers, waar onuitgesproken gedachten hoorbaar worden. In Say: no more darkness bevinden we ons, net als de vrouw in Blue (van Apichatpong Weerasethakul), in een toestand van semi-bewustzijn, ergens tussen waken en slapen, tussen heden, verleden en toekomst.

Say: no more straight lines is een studie in contrasten, tussen beeld en geluid (Touching Sound), tussen donker en licht (Edges: Waves), tussen chaos en controle (JThe Modernist). De korte films in Say: no more distance zoeken naar verbinding zonder woorden, of dat nu is tussen een plant en een computer (The Mirrored Message) of tussen een extreem autistische jongen en de rest van de wereld (Kev).

Bij deze compilatieprogramma’s moet, behalve de films zelf, ook de enscenering zorgen voor een ultieme stiltebeleving. In plaats van een korte gesproken introductie wordt ieder compilatieprogramma – elke dag om 17:00 uur in KINO 2 – ingeleid met muziek, verzorgd door muziekstudenten van Codarts. Carels: “Voor hen luidde de opdracht: hoe krijg je het publiek ook voorafgaand aan de screening stil, met zo min mogelijk geluid?”

Ook de nagesprekken verlopen stiller dan anders, waarschuwt hij. “We doen de nagesprekken zonder microfoons, zodat ook daarbij de bezoeker beter zal moeten luisteren.”

Photo in header: Still: Works on Paper