Verhalen

Bong Joon Ho op IFFR

Het zóu kunnen dat het geestige, sluwe en verrassende Parasite de eerste film is die je van Bong Joon Ho zag. In dat geval is er nog veel fraais te ontdekken. Over zijn rijke oeuvre vertelt de Zuid-Koreaanse filmmaker in zijn IFFR Masterclass; hier alvast een voorproefje.

Meestal staat de disclaimer 'tijdens het filmen zijn geen dieren mishandeld' pas op het eind van de aftiteling. Bij Barking Dogs Never Bite is het 't eerste wat je ziet. Niet gek ook, want in deze thrillerkomedie is een academicus het hondengeblaf zó beu, dat hij de mormels het liefst van zijn flat af gooit. In zijn speelfilmdebuut laat Bong Joon Ho al merken dat hij bizarre wendingen als volstrekt normaal kan presenteren en dat hij graag genres mixt. Ook thema's die in Parasite spelen, zoals armoede, de klassenmaatschappij en de misdadige aard van de mens, zitten al in Bongs speelfilmdebuut dat in 2001 op IFFR werd vertoond.

De opvolger, Memories of Murder uit 2003, was ook te zien op IFFR. De zwarte komedie annex detectivefilm was een sensatie in Bongs thuisland, ook vanwege de inhoud. De film speelt zich af in 1986, wanneer de eerste geregistreerde seriemoordenaar van Zuid-Korea zijn eerste slachtoffer maakt. De politie opent de jacht, maar tevergeefs: de moordenaar zou nog tien vrouwelijke slachtoffers maken. Toen Bong Memories of Murder draaide, was de dader nog steeds niet gevonden. Pas een week voordat Parasite in de Amerikaanse bioscopen ging draaien, maakte de Zuid-Koreaanse politie bekend dat een reeds gedetineerde vijftiger de moorden had bekend. “De dag dat ik dat krantenbericht las, kon ik niets anders meer doen. Zo ondersteboven was ik ervan”, zei Bong. Na de recente ontwikkelingen én het succes van Parasite, is het plan om Memories of Murder opnieuw in de bioscoop uit te brengen.

The Host (IFFR 2007) was veertien jaar geleden dé monsterhit van het jaar in Zuid-Korea. Ook letterlijk, want in dit haast Spielbergiaanse avontuur raken een vader, opa, oom en tante slaags met een reusachtig riviermonster dat een jong familielid heeft ontvoerd. The Host zit behalve fraaie visual effects en vette actie ook vol met politieke metaforen en Koreaanse zelfspot. Een Amerikaanse remake is er gek genoeg nooit gekomen, maar het filmspektakel zal Bong ongetwijfeld in Hollywood op de kaart hebben gezet. 

Mother was de vierde Bong Joon Ho-film die IFFR aandeed, in 2010. Het is een gezinsdrama en detective ineen, met een obsessieve moeder die ervan overtuigd is dat haar zwakbegaafde zoon géén moord op zijn geweten heeft – terwijl de lakse politiemacht en corrupte advocatuur denken van wel. Dus gaat ma zelf op onderzoek uit. “Een Koreaans gezegde luidt: het beste vriendje van een moeder is haar zoon”, aldus Bong.

Tijdens de opnames van The Host vond Bong in een Seouls boekwinkeltje een importversie van een Frans stripboek uit de jaren zeventig: Le Transperceneige. Oftewel: Snowpiercer. Met een budget van 40 miljoen dollar was Snowpiercer (gefilmd in Tsjechië) de duurste Zuid-Koreaanse film aller tijden. Het ijzige sciencefictiondrama, over een trein waarin de klassenmaatschappij letterlijk verdeeld is in de tweede en eerste klasse en het gepeupel zich een weg naar voren moet vechten, werd inzet van een verhitte strijd tussen Bong en producent Harvey Weinstein (die, ja). Weinstein, wiens bijnaam Harvey Scissorhands luidde vanwege zijn bemoeizucht in de montagekamer, dreigde de internationale release tegen te houden omdat hij erop stond dat Bong er een halfuur uit zou snijden. Bong hield voet bij stuk – en won.

Okja is, als Netflix Original, misschien wel de meest bekeken film van Bong Joon Ho. Vandaag de dag kijken cinefielen er niet meer van op dat grote namen als Martin Scorsese en Noah Baumbach hun films op de streamingdienst laten debuteren, maar Bong was een van de eerste prestigieuze vangsten. Bong kreeg er in Cannes zijn eerste Gouden Palm-nominatie voor. In Okja vecht een moedig meisje om haar bijzondere huisdier – een supervarken zo groot als een tank – uit het slachthuis te houden. Even bizar als onderhoudend, en tegelijkertijd ook een overtuigend pamflet voor vegetarisme.

Ook Parasite ging in Cannes in première, waar het onthaald werd met een acht minuten durende staande ovatie. Het is de eerste Gouden Palm-winnaar uit de Zuid-Koreaanse geschiedenis; de eerste van een hele rits aan awards. Op IFFR kun je hem dit jaar zien zoals je hem nog nooit zag: in een strakke zwart-witversie. “Zelf vind ik dat alle personages er nog pathetischer uitzien, en dat het onderscheid tussen de drie verschillende ruimtes waar de families verblijven in al zijn grijstinten nog tragischer is”, aldus Bong. “Maar bovenal ben ik nieuwsgierig naar de reacties van het Rotterdamse publiek.”

geschreven door Anton Damen

Photo in header: Bong Joon Ho © Jan de Groen