In de recente Japanse cinema is sprake van een beweging onder jonge filmmakers om maatschappelijk gevoelig liggende thema’s en taboes aan te snijden in de vorm van persoonlijke, intiem vertelde verhalen. Swimming with tears is daarvan een mooi voorbeeld. Donald Richie gebruikte zelfs de term ‘dissidente cinema’, met name bij deze film. Het taboe dat hier naar voren komt is dat van het racisme in Japan, waaronder immigranten uit andere Aziatische landen te lijden hebben.Hoofdpersoon in Swimming with tears is Fay, een Filippijnse vrouw. Richie: ‘When she lets loose what she thinks of industrial Japan the screen truly vibrates’. Het verhaal is droevig, zoals de letterlijke vertaling van de titel aangeeft: ‘overstroming van hete tranen’.Fay is als gevolg van een zakelijke overeenkomst getrouwd met een Japanse boer. Wegens gebrek aan huwelijkskandidaten worden vrouwen uit bijvoorbeeld de Filippijnen min of meer gekocht. Fay blijkt niet tegen het kille huwelijk en de taal- en cultuurproblemen te zijn opgewassen; als het haar te veel wordt vlucht ze weg. Met niet meer dan de kleren die ze aan heeft, arriveert ze in Tokyo. Daar probeert ze een baantje te vinden om het geld te verdienen dat ze nodig heeft voor een terugreis naar de Filippijnen. De discriminatie van Aziatische immigranten ervaart ze hier evenwel nog sterker dan op hetplatteland. Ze wordt uitgebuit en vernederd. Maar ze maakt ook Japanse vrienden, die zichzelf in moeilijkheden brengen door haar te helpen. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat Fay’s vader, die ze nooit heeft ontmoet, een Japanse zakenman is die ooit voor zijn bedrijf enige tijd op de Filippijnen werkte.