Zoals in de meeste van zijn films confronteert Perrault ons in Un pays sans bon sens met één van de interne problemen van Canada. Ditmaal nam hij als onderwerp de geschillen tussen de anglicaanse, Engels georiënteerde bevolingsgroep van Quebec en de Franse -de katholieke- bezien vanuit het standpunt van de laatst genoemden, die met 40 procent de minderheid vormen van de bewoners van Quebec. Un pays… laat ons zien met welke moeilijkheden een gebied te kampen heeft, dat is verdeeld door twee talen, twee culturen, twee religies, waarbij geen van de groeperingen voor elkaar wil wijken. Helaas is het logisch gevolg van het feit dat de kleinere groep -in dit geval dus de Franse- het gevaar loopt in de verdrukking te komen, ook al zijn zowel de Engelse taal, cultuur etc. door de regering erkend. De Engelsen behandelen de Fransen als tweederangs burgers, hebben de eerste keuze bij het verwerven van betere banen, woningen etcetera, leven kortom in betere omstandigheden. Verder blijft de tweetaligheid in het onderwijs problemen geven. Hierover en over de problemen die daar bij komen, praten de mensen in Un pays sans bon sens. Perrault heeft mensen uit zoveel mogelijke milieus aan het woord willen laten; o.a. een dichter, een monteur, een medicus en twee (vrouwelijke) leden van het Indiaanse deel van de bevolking, de oorspronkelijke bewoners van Canada.