Interviews

Arun Karthick over Nasir

Op beklemmende wijze verbeeldt filmmaker Arun Karthick met het voor een Tiger Award genomineerde Nasir de voortdurende dreiging van hindoe-extremistisch geweld in India: zonder sensatiezucht, door de ogen van een bescheiden islamitische winkelbediende, midden tussen de blèrende, opruiende gebedsoproepen.

Nadat zijn speelfilmdebuut The Strange Case of Shiva in 2016 op IFFR werd vertoond, keert de Zuid-Indiase onafhankelijke filmmaker Arun Karthick terug met opvolger Nasir in de Tiger Competition. Titelheld Nasir is een winkelbediende uit een islamitische wijk in Coimbatore, de op een na grootste stad van deelstaat Tamil Nadu.

Karthick volgt Nasir door de drukke, nauwe straten en dompelt de kijker onder in het dagelijks leven van de buurt – of het nu bij de waterpomp is, op de markt, of in de kledingzaak waar Nasir werkt onder een hindoeïstische baas. Nasir klaagt niet, ondanks zijn geldproblemen – en ondanks de continue dreiging van hindoe-extremistisch geweld om hem heen.

Hoe was het om in deze wijk te filmen?
“Ik kom zelf uit Coimbatore, maar om deze islamitische wijk echt te leren kennen, besloot ik er een huisje te huren – net zo een als waar Nasir woont. Ik woonde daar twee jaar; tegen mijn buurtgenoten zei ik dat ik schrijver was. Waarschijnlijk was ik de enige niet-moslim in de wijk. Eerst waren de mensen sceptisch: wie is die vent? Iedereen, van kind tot winkelier, vroeg me waar mijn verhaal over ging en waarom ik überhaupt een verhaal over hen wilde schrijven.”

“Maar na een paar maanden waren ze aan me gewend. Ik leerde de buurt kennen. Hoe ze dingen deden, hun mentaliteit, hun uitdrukkingen. Er is bijvoorbeeld geen waterleiding. Water haal je bij de pomp op straat. Dus stond ik elke ochtend, samen met iedereen, in de rij. Ondertussen zag ik wat iedereen deed terwijl ze aan het wachten waren. Ik houd van zulke momenten, want zo leer je hoe je bepaalde scènes moet filmen. Elke plek heeft z’n specifieke details, nietwaar?”

Dus toen je ging filmen, kenden ze je al.
“Precies. En toen we Nasir (gespeeld door Koumarane Valavane, red.) filmden terwijl hij door de straten en de bloemenmarkt liep, gebruikten we een minimale crew die eruitzag als een groepje gewone voorbijgangers. We vielen nauwelijks op. Zo probeerden we in de buurt op te gaan.”

Terwijl Nasir daar loopt, schettert de propaganda uit de luidsprekers. Eerst van de moskee, en iets verderop van de hindoe-extremisten. Alsof je van de ene bubbel in de volgende stapt.
“Ja, en het zijn allemaal echte opnames die je hoort. Deze bubbels worden zeer bewust geblazen – ik blaas mijne, jij de jouwe, kijken of ze botsen. Soms zweven ze naast elkaar zonder elkaar te raken. En soms botsen en barsten ze.”

Maar er is wel degelijk verschil. De moskee vertelt moslims over de islam. De hindoe-extremisten hitsen op tegen niet-hindoes.
“Dat is waar. Op zich had ik ook een moskee-opname kunnen maken die opruiend was. Maar de hindoe-extremisten maken zich er veel vaker schuldig aan op deze plek. Omdat zij de meerderheid vormen – moslims zijn in Tamil Nadu slechts een kleine minderheid.”

In je film let niemand op die luidsprekers.
“Omdat dit dagelijkse kost is. Maar ondertussen voedt het wel de paranoia van de mensen die er wonen. En iedereen weet van de incidenten die er zijn geweest sinds de rechtse hindoepartij aan de macht is gekomen. Het begint meestal met roddels, bijvoorbeeld dat een moslim rundvlees zou eten. En dan krijg je rellen. De volkswoede stelt geen vragen – die slaat je gewoon dood neer. Iedereen voelt zich daardoor onveilig. Ook wie geen moslim is, kan er voor een worden aangezien.”

Ook in Coimbatore?
“Ik moet je uitleggen waarom ik Nasir gemaakt heb. Na mijn eerste film ging ik een tijdje een koffietent runnen, in Coimbatore. Aan het einde van mijn eerste week begonnen opeens honderden hindoe-extremisten alle winkels in mijn straat kort en klein te slaan. Een acht kilometer lange geweldsuitbarsting, recht voor m’n neus. En dat deed me denken aan een kortverhaal dat me diep had geraakt, The Story of a Clerk van Dilip Kumar.”

Hoe heb je dat verhaal naar cinema vertaald?
“Het verhaal wordt verteld vanuit de tweede persoon: ‘Je slaapt, je wordt wakker’, et cetera. Zo word je direct die islamitische winkelbediende. Maar omdat we niet alles wilden filmen alsof de kijker Nasir echt was, zochten we naar andere manieren om het publiek dichtbij te halen. We hebben 4:3-kaders gebruikt, wat je samen met Nasir in het beeld sluit. We hebben het geluid mono opgenomen, zodat alles uit het midden van het scherm komt. En we hebben het beeld een beetje hyperrealistisch gemaakt, met verzadigde kleuren. Allemaal bedoeld om de focus op Nasir te vergroten. Onze camerapersoon zei dat de camera als een engel moest zijn: ongezien, maar altijd bij hem. Zodat kijkers de volle aandacht houden bij iemand die ze, normaal gesproken, niet eens zouden zien staan.”

geschreven door Kees Driessen

Photo in header: Arun Karthick © Jeroen Mooijman