The Future Is NOW!
Met het IFFR 2026 Focusprogramma The Future Is NOW vieren we het 60ste jubileum van de oprichting van de National Organisation for Women (NOW) – een belangrijk moment in de geschiedenis van de burgerrechtenbeweging en de tweede feministische golf. De curatoren van het programma, Jennifer Lynde Barker en Olaf Möller, plaatsen de geselecteerde films in context.

De jaren zestig waren vormden een decennium waarin burgerrechtenbewegingen wereldwijd in opstand kwamen tegen maatschappelijke ongelijkheid. Vrouwen speelden hier een belangrijke rol in, en wat bekend zou worden als de tweede feministische golf vond een stem in een werk als Betty Friedans Het misverstand vrouw (1963), dat stelde dat vrouwen net als mannen recht hadden op onderwijs, een carrière en voldoening buiten het huiselijke domein. Friedan was een van de oprichters van de National Organization for Women en schreef in 1966 het mission statement. Ze bedacht ook het toepasselijke acroniem: NOW. IFFR staat stil bij het zestigjarige bestaan van NOW en de dynamiek van de tweede feministische golf met een programma over films van vrouwen als eerbetoon aan dit belangrijk moment.
Twee kernpunten van de beweging en de missieverklaring van NOW zijn het recht op werk en zelfstandigheid voor vrouwen; en een sfeer van vriendschappelijke samenwerking en het afwijzen van discriminerende scheidslijnen. Die ideeën staan ook centraal in het programma The Future Is NOW, met films uit verschillende decennia en landen waarin samenwerking en onderwijs centraal staan, en uitgebreid wordt stilgestaan bij de veelzijdigheid waarmee vrouwelijke filmmakers een groot aantal onderwerpen hebben aangekaart. Om die reden zijn er films opgenomen als Muriel Box’ canonpareltje The Passionate Stranger (1957), maar ook verrassingen als Barbra Streisands Yentl (1983); het na een recente restauratie herontdekte Ombres de soie (1978) van Mary Stephen of Blanca Putica. A Girl in Love (1973) van Miñuca Villaverde; en niet te vergeten minder beroemde, alternatieve producties als Lillian Hunts en James R. Connells B-Girl Rhapsody (1952). Er zijn films te zien uit een groot aantal culturen, waaronder Duitsland (Dump, 2026; Christina Friedrich), Letland (Lotus, 2024; Signe Birkova), India (The Stitches Speak, 2009; Nina Sabnani), Australië (We Aim to Please, 1976; Robin Laurie en Margot Nash) en Denemarken (Rødstrømper – en kavalkade af kvindefilm (1985; Mette Knudsen), om er maar een paar te noemen; van de opkomst van pioniers in de jaren zeventig en tachtig en hun voorgangers tot vrouwen die hun erfgoed nog altijd levend houden. Net als NOW streeft dit programma ernaar vrouwen een breder publiek te bieden door onderbelichte werken in de schijnwerpers te zetten en hun essentiële rol in film en de sociale geschiedenis te eren, met speciale aandacht voor animatiefilms.

Een goed voorbeeld voor het programma is de werkwijze van de Canadese Studio D binnen de National Film Board. Deze in 1974 opgerichte vrouwenfilmafdeling liet alleen vrouwelijke filmmakers toe, om aan te tonen dat de toegenomen mogelijkheden van vrouwen om te werken even belangrijk waren als de thematiek. In ons programma vertonen we twee films van deze afdeling: “…and They Lived Happily Ever After” (1975), een invloedrijk werk over de ervaringen van vrouwen met het huwelijk en moederschap uit de Challenge for Change-reeks, geregisseerd door de legendarische oprichter van Studio D, Kathleen Shannon, samen met Angelico en Anne Henderson; en het dynamische Goddess Remembered (1989), een belangrijke film over vrouwelijke spiritualiteit van Donna Read.
Friedan en NOW vonden dat vrouwen én mannen, creatief werk moesten doen om te ontdekken wie ze zijn als mens, en wie ze konden worden. Creatieve expressie stelt vrouwen in staat hun identiteit te ontdekken en een relatie aan te gaan met elkaar en de rest van de wereld, en zo bij te dragen aan die wereld. Films waren bij uitstek geschikt als creatieve uitlaatklep om de gevestigde orde uit te dagen en een ander vrouwbeeld te creëren. Ze konden het verleden opnieuw beoordelen, een andere toekomst schetsen en het proces zelf vastleggen. Het is dan ook niet vreemd dat de documentaire het belangrijkste medium werd waarin de stem van vrouwen gehoord kon worden, getuige enkele van de belangrijke IFFR-premières zoals het drieluik Three Ways of Returning (2026) waarin Xiaolu Guo, Andrea Luka Zimmerman en Mania Akbari terugkeren naar hun eigen jeugd, herinneringen en trauma’s, en Sari Raissa Lluch Dalena’s Cinemartyrs, een essay over wat het betekent om de bloedige geschiedenis van de Filipijnen filmisch te reconstrueren, maar ook een eerbetoon aan de bijzonderste, maar feitelijk vergeten, vrouwelijke filmmakers van het land.

Animatie is daarnaast een interessante tak binnen het creatieve domein – niet alleen omdat die nauwelijks is onderzocht, maar ook omdat animatie een rijke bron van creativiteit is gebleken voor vrouwelijke filmmakers – vooral shorts, die met een klein team of zelfs alleen gemaakt konden worden. In de abstracte en fantasierijke wereld van animatie konden vrouwelijke makers experimenteren met hun eigen geluid en flexibele en revolutionaire visioenen creëren. In sommige van die visioenen krijgt het verleden een andere draai en wordt vooral het beeld van vrouwen als bedreigende of inferieure wezens herzien, zoals in Faith Hubleys Witch Madness (1999), waarin de mythische en wereldwijde verering van vrouwen als godinnen wordt afgezet tegen de wrede werkelijkheid van de heksenjachten van de 15de tot de 18de eeuw. De film toont ook een alternatieve kijk op vrouwen als gewaardeerde scheppers, een concept dat met metaforische flair en veel empathie wordt verkend in films als Joanna Priestleys schitterende Voices (1985): een schoolvoorbeeld van hoe je met animatie een betere toekomst kunt laten zien.
Handwerk speelde een belangrijke rol in de jaren zeventig in bewegingen als Pattern and Decoration, die traditionele vrouwentaken en handwerk als basis gebruikten voor feministische kunst. In Katarzyna Latałło’s Etc… (1973) staat macramé centraal, met garen als metaforische en letterlijke natuurkracht. Animatiepionier Hermína Týrlová maakte al decennia gebruik van huishoudelijk materiaal in haar kostelijke stop-motionanimaties voor ze het prachtige Skittish Brothers (1981) maakte, een hommage aan de weefkunst en de geest waarin die wordt gemaakt. Handwerk is ook nu een inspiratiebron, bijvoorbeeld in Lake Monsters (2018), een op bestelling gemaakte geborduurde videoclip van Mizushima Hiné.

Animatiefilms van vrouwen in de jaren zeventig zijn ook belangrijk om anderen – vaak kinderen – te leren hoe je zelf films maakt. De Amerikaanse Yvonne Andersen (Let’s Make a Film, 1971) en de Hongaarse Macskássy Kati (I Like Life a Lot, 1977) bijvoorbeeld maakten fascinerende en belangrijke films met kinderen. Ook het briljante educatieve televisieprogramma Sesame Street steunde vrouwelijke filmmakers, ter lering en vermaak van miljoenen kinderen die creatief leerden denken dankzij shorts als Sally Cruikshanks From Your Head (1996). Die drang tot kennisoverdracht blijft niet beperkt tot educatieve films, maar komt ook terug in een groot aantal andere onderwerpen, stuk voor stuk kansen om meer te leren over ervaringen van vrouwen.
Wat genot betreft bijvoorbeeld leert Renata Gąsiorowska’s speelse kijk op masturbatie in Pussy (2016) vrouwen hoe ze zichzelf kunnen koesteren, en Joanna Quinns Elles (1992) geeft een verhelderende tutorial over de vrouwelijke joie de vivre. Zulke animatievisies op vrouwelijke ervaringen geven ons niet alleen een andere kijk op vrouwen, ze laten ook zien wat grote kunst is en kan zijn. De noodzaak van dit soort kunst blijft bijna net zo relevant in de zes decennia na de missieverklaring van NOW met daarin het verrassend ‘radicale’ idee dat vrouwen ook mensen zijn en gelijke rechten verdienen. Het bevorderen en eren van films van vrouwen als cruciale factor in de strijd voor universele mensenrechten blijft dus een essentieel streven voor de toekomst, juist nu.
– door Jennifer Lynde Barker en Olaf Möller
