Direct naar inhoud
29 Jan – 8 Feb 2026

Cinema Regained: Fantaseren over wat echt gebeurd kan zijn

Gepubliceerd op:

Elk jaar zet het programma Cinema Regained gerestaureerde klassiekers, documentaires over filmcultuur en verkenningen van het cinema-erfgoed in de schijnwerpers. IFFR-programmeur Olaf Möller gidst ons langs de selectie van dit jaar.

Film still: Tracing to Expo ’70, van Liao Hsiang-Hsiung

“Geschiedenis heeft als taak te oordelen over het verleden en het heden te laten zien hoe je een betere toekomst kunt creëren. Dit werk heeft minder verheven ambities: het wil alleen laten zien wat er echt is gebeurd.” Dit is waarschijnlijk het bekendste citaat uit Geschichten der romanischen und germanischen Völker von 1494 bis 1514 (1885) van Leopold von Ranke, een van de grondleggers van de moderne geschiedschrijving. Onduidelijk blijft wat hij bedoelde met “wat er echt is gebeurd”: mag je afwijken van de bronnen, en zo ja, hoe? En welke bronnen zijn relevant genoeg om te raadplegen?

Cinema Regained heeft een fascinatie voor nauwelijks besproken werken en trends en zeldzaam geraadpleegde bronnen – soms omdat de films niet artistiek genoeg werden geacht door gezaghebbende critici uit het verleden of omdat ze uit culturen komen die te lang gemarginaliseerd en/of geromantiseerd zijn. Joseph Cates’ Who Killed Teddy Bear? (1965) bijvoorbeeld is een fraai staaltje Amerikaanse exploitationcinema, maar zo was hij ook bedoeld. Cates draaide scènes voor zijn zeer verontrustende stalker-noir met een sterke giallo-ondertoon in een aantal ruimtes waar de film ook vertoond zou worden – de bioscopen op Times Square en 42nd Street waar de gewaagdere Europese films werden afgewisseld met puur voor het geld gemaakte pulppareltjes van eigen bodem. In Who Killed Teddy Bear? komen die genres samen, een overzicht van 94 minuten van de toenmalige cinema – waarvan de extremen tot een geheel zijn gesmeed.

Film still: Who Killed Teddy Bear?, van Joseph Cates

Romano Scandariato’s L’ammiratrice (1983) toont de droomwereld van een hele stad, met in de hoofdrol een van de grootste sterren van de Napolitaanse popcultuur, zanger-acteur Nino D’Angelo, met wie het IFFR-publiek kennis kan maken in Nino. 18 giorni (2025) van zijn zoon, Toni D’Angelo. L’ammiratrice is een sceneggiata, een muzikaal melodrama (grotendeels) in Napolitaans dialect, wat perfect samenvat hoe de stad zichzelf graag ziet – een soort documentaire over een collectief zelfbeeld. Wat L’ammiratrice bijzonder maakt in deze context is Nino D’Angelo’s rol als zanger met de naam Nino D’Angelo – een nieuwe versie van zichzelf die even waarachtig en historisch aanvoelt als de nieuwsfragmenten en homemovies van decennia aan optredens en filmrollen die zijn zoon heeft samengevoegd.

Net als Who Killed Teddy Bear? en L’ammiratrice, is Liao Hsiang-Hsiungs Tracing to Expo ’70 (1970) nooit gemaakt voor de eeuwigheid, maar toch oogt hij gelaagder dan veel serieuze Taiwanese en niet-Taiwanese films uit die tijd. Liao bood het publiek drie vormen van vermaak in één: een optreden van de Taiwanees-Japanse zangeres-actrice Judy Ongg aan het begin met een paar brutaal gejatte populaire deuntjes uit die tijd (je hoort inderdaad Aquarius uit Hair: The American Tribal Love-Rock Musical en andere hits van eind jaren zestig!); verder een uitgebreide rondleiding op de Osaka Expo, de eerste Wereldtentoonstelling in Azië waar veel trotse en nieuwsgierige mensen massaal op afkwamen, en tot slot een mysterie met een ernstige realpolitik-ondertoon. Al die aspecten waren actueel – toenmalige bezoekers wilden een ster zien die ze voornamelijk van de radio kenden, en een evenement waar ze alleen over hadden gehoord of gelezen, en dat allemaal in een land waar ze een moeizaam verleden mee hadden dat velen zich nog levendig herinnerden. Films konden dat toen bereiken: veelzijdigheid, esthetische veelvormigheid, echte pareltjes.

Film still: Time Will Not Tell, van Htoo Lwin Myo

Htoo Lwin Myo’s lezing-performance-essay Time Will Not Tell (2026) is een onderzoek naar objecten uit de tijd vóór de film: toverlantaarnplaatjes, waarschijnlijk de oudste kunstwerken met dezelfde oorsprong als de cinema, met visies op Myanmar, of Birma, zoals het toen nog heette. Maar wat lieten ze zien – en wat niet? Wat werd er opgepoetst en wat werd er niet verteld? En nogmaals, wat vertellen ze wel? Een groot aantal voice-overs wordt ingezet om een lange geschiedenis te behandelen met vele lagen en aspecten die niet per se een logisch verband hebben – koloniale uitbuiting en de schoonheid van ambachtelijkheid kunnen hand in hand gaan, ongemakkelijk misschien, maar toch. Een volledig andere benadering van een historische ontdekking zien we in Santiago Seins epos Para hacer una película solo hace falta un arma (2026): de objecten, in dit geval stapels filmblikken die dreigen te worden weggegooid, doen al iets vermoeden over de inhoud, en geleidelijk ontvouwt zich het verhaal van een generatie die hun hoop en idealen door de militaire coup van 1976 in rook zag opgaan. In sommige beelden zien we mensen die de junta heeft laten verdwijnen – de films en de herinneringen van de overlevenden aan deze duistere jaren zijn nu nog de enige sporen van hun aardse bestaan.

Bruce Posner presenteert in A Philological Quandary, Kenneth Anger’s ¡Que Viva Mexico! (1950) (2025) filmgeschiedenis als fantasie verpakt in een verhaal. Het uitgangspunt is Kenneth Angers favoriete geestverwant, Sergei Eisenstein, waar de Amerikaanse avant-gardemeester veel over sprak, maar het is ook het verhaal van Angers eigen ¡Que Viva Mexico!-montage die lijkt te zijn verdwenen. Posner speculeert niet over hoe Angers visie op Eisensteins Mexico-materiaal eruit kan hebben gezien, maar laat aan de hand van zijn Scorpio Rising (1963) zien welke rol Angers visie gespeeld kan hebben. Met behulp van de beelden en het ritme en door scènes uit beide werken naast elkaar te plaatsen fantaseert hij over wat Anger (waarschijnlijk) heeft opgestoken van Eisensteins materiaal. Historische objecten worden hier vergeleken met een duidelijke visie op het uiteindelijke resultaat – een verlangen naar een afspiegeling van wat er hopelijk echt is gebeurd.

Dat maakt Cinema Regained opnieuw tot een laboratorium voor filmgeschiedenis waarbij kijkgenot en honger naar kennis hand in hand gaan.

– door Olaf Möller

Een lijst met artikelen