Mani Kaul

Mani Kaul

Still: Uski roti
Mani KAUL (1944-2011, India) studied screenwriting and directing at Rajasthan College in Jaipur and at the Film Institute of India in Pune. He made a name for himself as an abstract painter. His first film Uski roti (1969), shot on location in a Punjab village, was well-received by critics. It won the debutant director the 1970 Filmfare Critics Award for Best Movie and film critic Derek Malcolm named Uksi roti in The Guardian “one of the key films of the new Indian cinema of the time”. In 1973 he made Duvidha/In Two Minds, his first film in colour. After that, he worked with forbidding regularity on an imposing oeuvre in both fiction and documentary. Mani Kaul passed away in July 2011 in Gurgaon, near Delhi, at the age of 67.

Filmography

(selection) Uski roti/A Day’s Bread (1970), Aashad Ka Ek Din/A Monsoon Day (1971), Duvidha/In Two Minds (1973), The Nomad Puppeteers (1974), Chitrakathi (1977), Satah Se Uthata Aadmi/Rising from the Surface (1980), Arrival (1980), Dhrupad (1982), The Desert of a Thousand Lines (1981), Mati Manas/Mind of Clay (1985), Before My Eyes (1988, short), Aangan Birha (1988), Siddeshwari (1989), Nazar (1990), The Idiot (1992), The Cloud Door (1994, short), Ik ben geen ander/I Am No Other (2002, doc), A Monkey’s Raincoat (2005, doc)

More info: Wikipedia, Mani Kaul

Mani Kaul op IFFR

Arrival

Arrival

Een film over de aanvoer van natuurlijke produkten zoals groenten en vee en menselijke arbeidskracht in de stad vanaf het platteland. Banden van persoonlijke afhankelijkheid en bloedrelaties bestaan nauwelijks meer. Individuen lijken vandaag onafhankelijk te zijn; vrij om met elkaar om te gaan binnen deze vrijheid. De persoonlijke restricties in de onderlinge verhoudingen schijnen thans vervangen te zijn door meer objectieve restricties, die meer buiten het individu om bestaan in de vorm van wetten en rechtbanken, politie en pers, stadsbesturen en belastingen; in stadsrelaties. Het beroep van de slager gaat gebukt onder een stigma. Afkeer. Vrees. Maar hij is noch een slachter, noch een moordenaar. Zijn werk stelt hem in staat snel en precies te zijn. In het stadsabattoir, waar per dag honderden dieren behandeld worden, wordt zijn werk anoniem. Schoon, hygiënisch vlees is voedsel voor duizenden. Maar nauwelijks voor de slager zelf. Produkt-koopwaar-ruilwaarde-geld. Geld... de algemene vorm waarin alle waren als ruilwaarden worden getransformeerd. De universele waar, maar tegelijk een begrensde hoeveelheid; geld belichaamt de macht van het kopen, een heerschappij over alle arbeid en alle arbeidsprodukten op de markt. Terwijl geld in zichzelf een veelheid aan ruilwaarden representeert, vernietigt het als kapitaal de natuurlijke specificiteit van mensen en dingen. Het poogt een algemene ruil tot stand te brengen tussen geld en arbeid en arbeid te reduceren tot een waar. De arbeider is echter menselijk en zijn arbeid is specifiek.

Mani Kaul
  • 22'

  • India

IFFR 1982

Ashad ka ek din

Ashad ka ek din

De film is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Mohan Rakesh en is eveneens verdeeld in drie acten: Eerste acte: De liefde tussen de dichter Kalidas en Mallika vindt geen genade in de ogen van Mallika's moeder, Ambika. Kalidas heeft zojuist zijn eerste lange gedicht geschreven, "Ritusambar". Hij verwerft erkenning bij het hof van Ujjaini en de koning zendt ruiters om hem op te halen. Een andere dorpsbewoner, Vilom (die ook belangstelling heeft voor Mallika), zegt dat als hij naar het hof gaat, hij Mallika mee moet nemen. Kalidas wil echter niet wegtrekken uit de bergvallei, waar zij allen wonen. Tenslotte overtuigt Mallika hem ervan toch te gaan. Tweede acte: Een paar jaar later is Kalidas een groot dichter. Met zijn koningin Priyangumanjari reist hij via zijn geboortegrond naar Kashmir. De koningin ontmoet Mallika; Kalidas wenst hen echter niet te bezoeken. Mallika's moeder is daar niet verbaasd over. Vilom wel. Derde acte: Mallika's moeder is overleden en Mallika trekt bij Vilom in, van wie zij ook een kind krijgt. Dan keert Kalidas terug. Hij ontdekt dat het leven van Mallika, de dronkaard Vilom en het kind volledig buiten hem om gaat. Na een verklaring van zijn eigen bestaan en een ontmoeting met Vilom, verlaat hij de plaats, terwijl Mallika zich bekommert om het huilende kind.

Mani Kaul
  • 143'

  • India

IFFR 1982

Duvidha

Duvidha

De film is gebaseerd op een volksverhaal uit Rajasthan en de visuele uitwerking volgt de beroemde stijl van de miniatuurschilderingen van de Rajasthani. Omdat de film 'acteren' niet gebruikt als naturel acteren met echte mensen of een theatrale projectie met professionele acteurs, wordt er naar gestreefd met name te werken met het visuele materiaal, de lokale liedjes en geluidseffecten. De muziek is geen achtergrondgeluid, die bepaalde momenten in de film extra dramatiseert, maar is een integraal onderdeel van de omgeving van de locatie. Het verhaal is eenvoudig: De zoon van een handelaar keert naar zijn dorp terug met zijn bruid. Een spook wordt verliefd op de vrouw, wier echtgenoot meteen voor zaken op reis moet. Hij laat haar achter in haar nieuwe omgeving. De geest neemt de gestalte aan van haar man, bekent zijn liefde ten opzichte van haar en gaat met haar wonen. Al spoedig wordt er een 'spookkind' geboren. Nadat de ware echtgenoot over het gebeuren in kennis is gesteld, keert hij terug. De twee echtgenoten in het dorp staan nu voor een dilemma. Dit wordt opgelost door de herder, die de 'spookechtgenoot' vertrapt en in een leren zak stopt. De echte man wordt in ere hersteld. Maar het verlies van de geest is een tragische gebeurtenis voor de bruid. Thematisch sluit de film aan bij de twee eerdere speelfilms van Mani Kaul (Uski Roti en Ashad ka ek din), die eveneens de positie van de Indiase vrouw in de samenleving aan de orde stelden.

Mani Kaul
  • 82'

  • India

IFFR 1982

Satah se uthata aadmi

Satah se uthata aadmi

Deze film is gebaseerd op teksten van de grote Hindi schrijver Gajanan Madhav Muktihbodh (1917-1965). Omdat er geen formeel plot is, is de film moeilijk te beschrijven in een conventionele synopsis. Er zijn drie hoofdrollen. Van hen benadert Ramesh de eerste persoon cq. verteller uit veel verhalen, gedichten en essays van Mukhtibodh. Keshav staat in een intellectuele relatie tot Ramesh. Terwijl Ramesh meer opteert voor tradities, is Keshav sterker op het moderne gericht. De drer speler, Madhav, lijdt in zijn strijd tegen compromissen. De film begint met een citaat uit het openingsvers van Muktibodh's gedicht 'Andhere Mein' (In de duisternis), waarin de schrijver zich rekenschap geeft van zijn geestelijke strijd. In het midden van de film citeert Keshav in een surrealistische omgeving een ander gedeelte uit dit gedicht. De verzen benadrukken de tragedie van een idealist in een materiële wereld. Het laatste citaat is geplaatst tegenover beelden van het grootste fabriekscomplex van het land in Bhilai. De tegenstelllingen tussen kapitaal en arbeid worden hier benadrukt. De structuur van de film beweegt zich van de strijd van diverse individuen naar de strijd van sociale klassen. Een van deze personen komt uit het verhaal 'Satah se uthata aadmi'. Het betreftf hier Krishnaswaroop, die opllimt vanuit de lagere middenklasse door zijn persoonlijke integriteit op te offeren aan een rijke vriend, Ramnarayan. Keshav, die de twee leert kennen, bemerkt dat ze twee kanten van dezelfde medaille zijn. Tot hier is Muktibodh in de fictie-rol van Ramesh een schaduw van zichzelf gebleven. Maar met het verschijnen van passages uit een van zijn essays 'Ek Lambi Kavita ka Ant' (Het einde naar een lang gedicht) en drie zwart-wit foto's van de schrijver (uit drie periodes van zijn leven) concretiseert de film zijn onderwerp. Nu begint de epiloog, die een verklaring is vanhet gedicht 'Is Chaude Oonche Tille Par (Op deze hoge grote berg) en waarbij citaten uit het gedicht zijn opgenomen in een koloniale bungalow. Iedere speler heeft op zijn eigen manier compromissen gedaan en is geestelijk gebroken. De hele film gaat in tegen de montagetechniek en in plaats daarvan is ieder shot een zelfstandig geheel. Verschillende van dergelijke opnamen geven een gevoel van zich voortschrijdende strijd en geven de film zo zijn eigen speciale ritme. Khalid Mohamed

Mani Kaul
  • 114'

  • India

IFFR 1982