Nuts & Bolts: Het toestel in de kijker

Edwin Carels

En wat als de gebroeders Lumière nooit hun cinématographe hadden uitgevonden? Wat als een ander prototype uit het Lumière-lab onze collectieve verbeelding had bespeeld en even populair en cultureel significant was gebleken? De recente Lumière-exposities in Parijs (2015) en Bologna (2016) lieten heel duidelijk zien dat de Lumières zelf tal van mogelijkheden en toepassingen van het bewegende beeld voor ogen hadden, en dat ze er een flink aantal ook zelf hebben uitgetest; de tentoonstellingen bevatten technische hoogstandjes als holografische foto’s en een volledig panoramische 360° filmprojectie.

The cinematograph is an invention without any future

– Louis Lumière

Het verlangen naar drie-dimensionele beelden en een immersieve, allesomvattende ervaring is dus al zo oud als de cinema zelf. Het afgelopen decennium werd de digitalisering van de bioscopen doorgedrukt door 3D-projectie te promoten. Momenteel is er een intense hype omtrent virtual reality, nadat er midden de jaren negentig ook al een keer druk over gespeculeerd werd. De laatste twee decennia zijn onze audiovisuele middelen veel compacter en tegelijk complexer geworden. De alomtegenwoordigheid van mobiele schermen maakt dat we ook een uiterst flexibel begrip hebben ontwikkeld over wat een filmervaring is. Het lijkt wel of we weer op een vergelijkbaar audiovisueel kruispunt staan als in de late negentiende eeuw.

Hybride media

Het eerste decennium van de cinema wordt vaak getypeerd met de term ‘the cinema of attractions.’ Aangezien de wonderlijke productiviteit van de machine toen nog integraal deel uitmaakte van het hele projectie-gebeuren, voelde elke vertoning aan als een opvoering, en lag de affiniteit van cinema met het circus, vaudeville en goochelshows nog erg voor de hand. De vroegste filmvertoningen vonden dan ook plaats in pretparken en speelzalen, als onderdeel van een hele waaier aan visuele attracties. Diverse soorten optische speeltjes en illusionistische instrumenten hielden zowel thuis als in de publieke sfeer hun kijkers in de ban. Het is pas met het succes van de nickelodeon en non-stop filmprojecties, dat er gaandeweg een reeks specifieke conventies werd gekoppeld aan het vertonen van films.

Nu we ruim twee decennia ver staan in de digitale revolutie, zijn filmmakers niet langer meer filmmakers. Ze brengen met een heel arsenaal aan media de beelden aan het bewegen. Waar blijven we dan nog met het begrip ‘cinema’? Houdt het tegenwoordig nog wel steek om over ‘film’ te praten? Terwijl de industrie opnieuw op zoek gaat naar nieuwe formaten en standaarden om de winstcijfers de hoogte in te jagen, zijn er ook tal van kunstenaars die met hun eigen varianten van het cinematografische apparaat voor de dag komen, of die het bestaande instrumentarium eigenzinnig naar hun hand zetten. Hun prototypes kunnen zowel de meest geraffineerde elektronica bevatten, of juist opzettelijk ‘primitief’ of zelfs puur mechanisch in elkaar steken. Wat dergelijke toestellen produceren is in de eerste plaats een optische illusie, een technologisch effect dat ons juist aantrekt omdat het zo andersoortig is. De huidige heropleving van expanded cinema en andere vormen van paracinema gaat gepaard met allerlei hybride mediapraktijken, die we kunnen typeren als een ‘cinema of contraptions’: een vorm van audiovisuele kunst die de eigen technische aspecten ten tonele voert om een nieuwe vorm van verwondering op te wekken.

Laboratorium

Van het computer gestuurde eye-tracking tot de aloude charmes van de anamorphose en de zoëtroop: de creatieve chaos heerst, nu er zoveel opties zijn, zowel high-end als low-tech. Het Nuts & Bolts-programma illustreert hoeveel uiteenlopende technologieën momenteel ingezet worden door filmmakers en beeldende kunstenaars. De klemtoon ligt op het onafhankelijke gebruik van media, wars van commerciële verplichtingen of geïndustrialiseerde formats. Het belicht met name hoe individuele makers zich verhouden tot die onophoudelijke dwang tot innovatie. Sommige ontwikkelen hun eigen varianten op de recentste algoritmes, terwijl anderen een opzettelijk anachronistische positie innemen en ons terugvoeren naar de oorsprong van het bewegende beeld, nog voor het tot film werd geconventionaliseerd.

Waar de gangbare retoriek technologie nog altijd gelijkstelt aan vooruitgang en beloftevolle toekomst, onderzoeken deze kunstenaars juist de technologie en haar bemiddelende impact. Ze passen gedateerde cinematografische technieken toe om alternatieve werkwijzen te ontwikkelen voor het produceren van bewegende beelden.
Hun media-archeologische praktijk is in vele opzichten een vervolg op de kritische houding van filmmakers uit de jaren zeventig die, geïnspireerd door Foucaultiaanse begrippen als apparatus en dispositif, vragen gingen stellen bij zowel de technologische als de ideologische constellaties waar we ons aan onderwerpen als we film kijken. Elk type cinema impliceert immers een ideale kijker, en veronderstelt een specifieke relatie tussen enerzijds het scherm en anderzijds lichaam en geest van de toeschouwer.

Juist door nieuwe technologische dispositieven te ontwerpen, gaan de kunstenaars in Nuts & Bolts op paradoxale wijze de dialoog aan met de geschiedenis van de media. Elk prototypisch instrument palmt op een geheel unieke manier de verbaasde kijker in. Hun installaties en performances zijn ware laboratoria voor een zelfonderzoek naar onze culturele respons op het bewegende beeld.

  • Nuts & Bolts: Het toestel in de kijker
  • Nuts & Bolts: Het toestel in de kijker