Interviews

Tiger Talk #7 - Nicolas Pesce

Piercing van de jonge Amerikaanse filmmaker Nicolas Pesce (1990) begint onder hoogspanning. De duistere hoofdpersoon Reed staat met een ijspriem in zijn vuist boven zijn baby. Gaat hij het kleine meisje echt vermoorden? Natuurlijk niet, dat doet hij nooit…

Reed bestelt een callgirl om zijn moordneigingen op te stillen. Dat loopt uit op gewelddadige sm, waarbij de prostituee hem in het diepste van zijn ziel raakt. De jonge Amerikaanse filmmaker noemt Piercing, gebaseerd op de gelijknamige roman van Ryū Murakami uit 1994, ‘een pikzwarte romantische komedie’. “Het is een verwrongen liefdesverhaal. Hoe gewelddadig het ook is, het is vooral grappig.”

Zo voelt het misschien nog niet aan het begin van de film. Wat helpt bij het overleven van de surrealistische horrorscènes is Pesces liefde voor Italiaans design. Wat dat betreft is Piercing een lust voor het oog. Pesce legt uit waar die voorliefde vandaan komt. “Mijn hele familie is Italiaans, mijn vader is modeontwerper. Ik groeide op tussen design, werd ondergedompeld in een rare, zeer gestileerde wereld. Ons huis zag er wild en idioot uit.”

Niet geheel toevallig was Pesce in zijn jeugd ook fan van Giallo-films, Italiaanse ‘underground’ thriller-horrorfilms uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. “Die hebben veel aandacht voor design, kostuums en de hele esthetische wereld.” Dat wilde de filmmaker ook in zijn eigen werk. Dat lukte: samen met zijn productie designer sprak hij over de dingen die hij mooi vindt, en vonden ze geweldige appartementen, kunst en designmeubels voor in de film.

Hij kan zo ontzettend goed iets heel anders doen met zijn gezicht. Je voelt zijn verwarring, zijn blijdschap, zijn emoties, zijn strijd.” – Nicolas Pesce over hoofdrolspeler Christopher Abbott

Japanse horror
Na de Giallo-films werd Pesce gegrepen door Japanse alternatieve horrorfilms. “Ze zijn lang niet zo gestileerd als de Italiaanse, maar er is een gevoel voor humor dat mij enorm inspireert. Ik houd van de manier waarop de Japanners enge dingen schrijven. Het is een waanzinnige grensoverschrijdende beweging met gekke films, scherp en grappig.”

Zoals bijvoorbeeld Suicide Club (Sono Sion, 2001), een prijswinnende film over een zelfmoordgolf in Japan waarbij schreeuwende tieners van het dak van hun school springen en het bloed tegen de schoolramen spat. Griezelig en grappig tegelijk, net als Piercing. Je betrapt jezelf erop dat je zit te grijnzen tijdens surrealistische sm-scènes, inclusief leren kostuums.

Piercing is ook een emotionele, ontroerende ervaring. De hoofdrolspelers, Christopher Abbott (Reed) en Mia Wasikowska, spelen voortdurend met de emoties van de kijker. “Als Chris iets zegt, is dat niet per se wat er gebeurt”, legt Pesce uit. “Hij kan zo ontzettend goed iets heel anders doen met zijn gezicht. Je voelt zijn verwarring, zijn blijdschap, zijn emoties, zijn strijd.”

  • Still: Piercing

  • Still: Piercing

Hard lachen
Er zijn niet veel films als deze in de VS, volgens Pesce. Japan is veel extremer dan Amerika, zegt hij. En dat geldt ook voor Europa. “Jullie hadden in de jaren zestig al onafhankelijke films. Wij hebben ze nog maar net ontdekt. Natuurlijk kon je gewoon een film maken in de VS, maar hem echt uitbrengen was lange tijd een stuk lastiger. Er waren ondergrondse filmmakers in New York, maar je kon niet zoveel met je film, tenzij je met een studio samenwerkte. Bijna niemand kreeg die alternatieve films dus te zien.”

Twintig jaar geleden had Pesce het dus een stuk moeilijker gehad, nu worden meer en meer Amerikaanse verhalen verteld. “Ik ben gelukkig opgegroeid in een tijd waarin je filmmaker kon worden zonder iemand in Hollywood te hoeven overtuigen met een zak geld. Ik kan gewoon een goed idee hebben. Bovendien is het met digitale camera’s zoveel makkelijker om te filmen.”

Pesce kan er helaas niet bij zijn in Rotterdam deze week, maar hij hoopt dat veel mensen Piercing gaan bekijken, er hard om lachen en met een goed gevoel naar huis gaan. “Heel veel mensen houden van donkere films. Maar dat maakt hen nog geen duistere mensen.”

Photo in header: Interview: Sophie van Leeuwen & Pieter-Bas van Wiechen