Verhalen

Signals: Grand Tour - Een inleiding door programmeur Gerwin Tamsma

De term Grand Tour werd oorspronkelijk gebruikt voor de reis die menig jongeman uit de upper class in de 17de, 18de of 19de eeuw ondernam ter afsluiting van zijn educatie. Er was geen vaststaande route, maar voor de Britse aristocratie bestond een rondje Europa - dat soms jaren mocht duren - grofweg uit een oversteek naar Vlaanderen, vanwaar het op Parijs aanging voor onderricht in de Franse taal, goede manieren en schermen. Dan via de Zwitserse bakermat van de reformatie naar het hoofdgerecht: de Italiaanse renaissance met steden als Turijn, Florence, Rome en natuurlijk Venetië, het aantrekkelijke, decadente hoogtepunt. De terugreis via de Duitse intellectuele centra en het Hollands koopmansvernuft moest de jongemannen wellicht weer met de voeten op de grond terugbrengen. Hoe dan ook, de welgestelde jongemannen die in die eeuwen de wereld zouden veranderen en veroveren, waren voor de rest van hun leven doortrokken van Europese cultuur - en soms wat nare aandoeningen.

Een reisvoorstel

Dat het filmprogramma The State of Europe, dat zoals de titel al zegt een reflectie wil zijn op de stand van zaken in Europa, niet zonder een vergelijkbare filmische 'rondreis' kan, ligt voor de hand. Dat die reis zelf niet volledig is en dat ook niet wil zijn, evenzeer. Hele landstreken worden overgeslagen, en er wordt geen dwingend onderscheid gemaakt in belang van onderwerpen of filmische tradities.
De films kunnen gezien worden als een reisvoorstel. Dat betekent dat ook buiten de Grand Tour-selectie volop films te vinden zijn die heel goed in het programma zouden passen, zoals Alessandro Rossettos's verontrustende kijk op Noord-Italië, Piccola patria, of de intieme roadmovie Cherry Pie van Lorenz Merz.
Het betekent ook dat iedere bioscoopganger ook buiten de context van het festival zijn eigen route zou kunnen samenstellen. Misschien heeft u er in het afgelopen filmjaar al een Grand Tour opzitten, want films als La grande bellezza of Die andere Heimat - Chronik einer Sehnsucht vallen natuurlijk binnen de criteria: ze stellen vragen en geven antwoorden over Europa en Europese cinema.

De verbinding tussen Europese cultuur en reizen bestond al voor het gebruik van de Grand Tour – kijk maar naar de levens van de grote humanisten. Niet voor niets is het succesvolle Europese universitaire uitwisselingsproject naar Erasmus van Rotterdam vernoemd. En inmiddels is reizen niet meer voorbehouden aan de elite en landlopers. In een kleine enquête onder IFFR-personeel werd hen gevraagd naar de kernbegrippen die spontaan opkwamen bij het begrip Europa: daarbij werden aan reizen gerelateerde termen (Raststätte, TGV) even vaak genoemd als politiek-economische begrippen (welvaart, Eurocrisis). Het is een van de redenen dat Christoffer Boe's Spies & Glistrup zo goed in het programma past, met zijn vertelling die de komst van massatoerisme verbindt aan die van de opmars van populistische tegenpartijen in Europa.

Europese cinema

Alle films in de Grand Tour zijn natuurlijk in de eerste plaats zichzelf. Opname in een breed thematisch programma als The State of Europe verandert daar niets aan; wel geeft het de kijker de gelegenheid eens door dat kader naar het werk te kijken. Allereerst hebben de films gemeen dat ze in een Europese filmische traditie staan - hoe uniek en idiosyncratisch elk afzonderlijk werk ook is. Ze tonen daarnaast aan dat die traditie (spring)levend is, al het pessimisme ten spijt.

Dat neemt niet weg dat de vraag zich opdringt of er gesproken kan worden van een 'Europese cinema'. Is er een authentiek en zinnig alternatief voor de Europudding, het spreekwoordelijk zouteloze resultaat van financiering door middel van allerlei Europese coproductiemogelijkheden? Welke eigenschappen zouden we die dan kunnen toekennen? Hoe zou deze cinema zich verhouden tot erkende stromingen als het neorealisme, de nouvelle vague, de Neue Deutsche Welle, Dogme?
Een selectie van zestien films ambieert niet om een uitputtend antwoord te geven – maar kan de vraag wel aanscherpen.

Dat geldt ook voor de vraag naar de stand van zaken in Europa. Sommige films behandelen aspecten van het 'nieuwe' Europa, met zijn verdwijnende binnengrenzen, migratie en daaraan verbonden angst voor vreemdelingen. Andere raken aan de notie van de financieel-economische crisis, en aan de pijn van de onderklasse. Maar film is een trage en geduldige kunstvorm, wat haar enigszins tegen de waan van de dag beschermt en ook een visionair karakter kan geven. Historische of psychologische benaderingen van Europa blijven in film belangrijker dan de actualiteit, en filosofie gaat boven de politiek; de selectie weerspiegelt dat.

Wat de films in Grand Tour dus gemeen hebben, is dat ze nergens anders dan in Europa gemaakt hadden kunnen zijn – behalve dan (ter relativering van die opzet) de twee films die zich juist buiten Europa afspelen: een korte anarchistisch-komische film over een kleine Ethiopische Hitler, en een contemplatief essay over Arische broers in de jungle van Paraguay. Voor het geval iemand zijn Europese superioriteitsgevoelens nog koesterde.