Verhalen

Signals: EU-29 - Een inleiding door programmeur Gertjan Zuilhof

Er zijn mensen in Nederland die uit liefhebberij aan stamboomonderzoek doen; vooral na de pensionering een populaire tijdvullende bezigheid. Soms komen die mensen er na veel speurwerk achter dat een voorvader in de zestiende eeuw op nog geen tien minuten lopen van het huis van de speurder woonde. En dat wordt niet als beklemmend ervaren, maar als een bewijs van hechting aan de vaderlandse bodem. Anderen ontdekken dat hun voorouders uit Frankrijk of Portugal kwamen als gevolg van godsdiensttwisten of oorlogen. Emigratie is dus geen nieuw fenomeen, al heeft de schaal een andere omvang aangenomen. Goed beschouwd behoren alle bewoners van Europa tot de eerste of tweede groep, of ze komen van buiten ons werelddeel. Europa telt 28 lidstaten, maar de ontwortelden, de vluchtelingen en de al of niet legale immigranten zijn niet altijd echt welkom in een van die 28. Als ze wel welkom zijn, voelen ze zich er misschien toch niet zo thuis, want thuis blijft toch vaak het land van herkomst. Ter gelegenheid van dit programma is voor de ontheemden een denkbeeldige 29ste lidstaat opgericht. Een staat vol verhalen en situaties die in een gevoelige collectie films is verbeeld. Deze 29ste staat is dus geen politiek-geografische eenheid (God verhoede het!), maar een metafoor voor de narratieve emoties en het drama van ontworteling van de emigratie in al zijn diversiteit.

Emigratie, met al zijn problemen en gevoeligheden, is een actueel sociaal en politiek fenomeen en het ligt misschien voor de hand om te denken dat een filmprogramma hierover vooral uit documentaires zal bestaan. Dat is niet het geval. Er staan evenveel speelfilms als documentaires op het programma en er zijn ook nog enkele speelfilms om diverse redenen buiten het programma geplaatst (zoals L’éclat furtif de l'ombre van Alain-Pascal Housiaux & Patrick Dechesne, waarover hieronder iets meer).

Fictie en essay

De documentaires in het programma zijn niet de sociale reportages die men misschien zou verwachten, maar het zijn - en dat is een keuze - veeleer essayistische films die een bredere context of nieuwe invalshoek onderzoeken.

Mooie voorbeelden van zowel de fictieve benadering als de essayistische aanpak geeft het werk van de ervaren Franse filmmaker Claire Simon. Simon maakte twee films over het leven en bewegen in en om het Parijse station Gare du Nord. In dit station komen in niet-aflatende stromen alle werelden samen waaruit het huidige Europa is opgebouwd, met name de werelden die er maar nauwelijks thuishoren. In Gare du Nord vertelt ze het fictieverhaal van een jonge socioloog van Algerijnse afkomst, die een studie doet naar de (levens)verhalen van de vaste bewoners van het station. Hij ontmoet op een dag een oudere Franse historica en samen doorzoeken ze vervolgens het multiculturele leven in het station.
Simon maakte bijna volgens hetzelfde model een documentaire over Gare du Nord onder de titel Géographie humaine. Ook hier volgt ze een socioloog van Algerijnse afkomst, ditmaal een wijze en aardige professor.

Het project van Simon is heel bijzonder. Een fictiefilm en een documentaire over hetzelfde onderwerp, gemaakt door een en dezelfde filmmaker, is al uniek en daarbij behandelt het tweeluik op een originele manier een heel actuele kwestie. De twee films hadden de aanleiding voor dit EU-29-programma kunnen zijn, want ze bevatten nagenoeg alle invalshoeken die in de rest van het progamma zijn terug te vinden. Tijdens het festival zal Simon, samen met Jean-Michel Frodon (ex-Cahiers du Cinéma, Le Monde), haar filmische ervaring in Gare du Nord toelichten.

Twee werelden

In veel van de EU-29-films bewegen de (al of niet fictieve) hoofdpersonen zich in twee werelden. Feitelijk misschien van de ene wereld naar de andere, maar in emotionele zin in twee werelden tegelijk. Twee films waarin dit element goed naar voren komt, zijn L’armée du salut van Abdellah Taïa en het eerdergenoemde L’éclat furtif de l'ombre. De twee werelden zien we het duidelijkst in de laatste film; als een parallelvertelling gemonteerd zien we naast de beelden van een jongen die opgroeit in een moeizaam Ethiopië,de beelden van dezelfde persoon veertig jaar later, nu als taxichauffeur in een Noord-Europese havenstad. De voortdurende afwisseling van het lichte, maar armoedige en stoffige Afrika, en het donkere, melancholische Europa tekent effectief de emotionele tweespalt in de hoofdpersoon. Iets vergelijkbaars gebeurt in L’armée du salut, al wordt in dit geval de film in een eerste en een tweede helft verdeeld. Ook hier blijft het arme, maar lichte en kleurrijke verleden effectief doorspelen in het kille en grijze Europese deel, waarin de hoofdpersoon met veel pijn en moeite volwassen is geworden.

Het gaat misschien wat ver om de immigratiecinema een genre te noemen, maar de hier verzamelde films vertellen verhalen over dramatische levens en gebeurtenissen die specifiek zijn voor de ontheemden en halfgewortelden. Gewone Europese burgers - met oude stambomen en die op één plek zijn gegroeid - leiden een veel te verzorgd en geregeld en welvarend leven om het risico te nemen om in de Middellandse Zee te vergaan in een oude Afrikaanse vissersboot, om onverzekerd en zonder paspoort op reis te gaan, en om verstopt onder een Kanaaltunneltrein naar Engeland te gaan. Het klinkt cynisch, maar de illegale vreemdelingen hebben avontuurlijke levens die filmische verhalen opleveren.

Een ongewoon milde variant van zo'n emigrantenverhaal wordt verteld in het westernachtige El Rayo van Fran Araújo en Ernesto de Nova. Een in Spanje werkloos geworden Marokkaanse landarbeider koopt de oude afgedankte tractor van zijn voormalige baas en rijdt er in een honderden kilometers lange roadmovie mee naar zijn huis in een dorpje in zijn vaderland. Hij wordt boer en tractorimporteur. Een uitzondering met een glimlach. Voorlopig gaat de hoofdstroom nog even de andere kant uit en zijn de meeste emigratiefilms grimmiger en minder hoopvol.