Verhalen

Signals: Bruce McClure - Een inleiding door programmeur Edwin Carels

Licht wordt energie

‘Ik gebruik geen optische printers. Ik heb geen camera nodig, ik heb geen licht nodig, ik hoef geen acteurs of actrices, ik hoef geen producent, ik hoef geen geluidsman.’ (Bruce McClure)

Sinds Bruce McClure in 2003 met zijn projectieperformances voor het eerst naar Rotterdam kwam (hij gaf ook acte de présence in 2004, 2007 en 2009), heeft hij de wereld afgereisd met zijn volkomen unieke klank- en beeldvoorstellingen, en sleurde hij overal het minst besproken, hoewel meest belangrijke instrument uit de filmcultuur mee: de projector. Know Thy Instrument is de titel van een recent essay van zijn hand, dat vorig jaar gepubliceerd werd in combinatie met een herdruk van A Lecture door Hollis Frampton.

Het is inderdaad vrij eenvoudig - maar ook een al te sterke vereenvoudiging – om McClure in een genealogie van avant-garde filmers te plaatsen, en dan meer bepaald die van de structuralistische filmmakers van de jaren zestig en zeventig. Net als Frampton schrijft McClure in geestige, erg authentieke bewoordingen over zijn eigen werk. En net als Paul Sharits beschouwt hij de projector in essentie als een medium om gecodeerde informatie in de vorm van lichtpulsen te verspreiden. Zijn becijferde deconstructie van de genormeerde cinema is nooit een uitsluitend cerebrale activiteit, doordat de energie die wordt ontketend door licht en geluid een sterk fysieke impact heeft. Zoals Sharits, alsook Tony Conrad, probeert McClure eerder het maximum te halen uit het flikkereffect, dan dat hij het tracht te verdoezelen ter wille van de illusie van continuïteit. Met Conrad deelt McClure een hoofdzakelijk muzikale benadering van de metrische patronen die hij produceert. Net als Ken Jacobs legt McClure de nadruk op de niet-herhaalbaarheid van het live gebeuren, waarbij elke performance een unieke creatie is die onmogelijk valt te registreren. Zoals Peter Kubelka veronderstelt McClure dat een performance zowel gesproken woord als projectie kan omvatten.

Na 100 jaar cinema

Daartegenover staat evenwel dat McClure geen ambitie heeft om welk wereldbeeld dan ook op zijn publiek over te dragen. Veeleer een patafysicus dan een metafysicus, houdt hij tegenover zijn publiek het liefst een zekere verwarring in stand, in de traditie van Andy Kaufman. In tegenstelling tot Conrad, wisselt McClure niet tussen muziekinstrumenten en (expanded) cinema-opstellingen - zijn projector is zijn muziekinstrument. In tegenstelling tot Sharits is McClure nauwelijks geïnteresseerd in 'overstraling' van kleuren of het inlassen van figuratieve, ‘leesbare’ beelden. En anders dan Frampton, heeft McClure nooit een tweede carrière als leraar nagestreefd.

Het was in 1995 dat Bruce McClure de projector begon te bedienen, de cinema bestaat dan al een eeuw. Hij maakt deel uit van een jongere generatie die doelbewust analoge technieken gebruikt in een tijdperk waarin de hedendaagse cultuur al verregaand gedigitaliseerd is. Het is precies de tastbare, tot zelfs lichamelijke impact van zijn uitdrukkelijke manipulaties van mechanische media, die zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op het eigentijdse publiek.

In een periode waarin de hegemonie van de traditionele, gestandaardiseerde cinematografische machinerie niet langer de norm is, staat McClure voor een radicale, bevrijdende esthetiek. In een tijdperk waarin performantie en kwantificering de dominante criteria zijn geworden, hanteert McClure een strategie van absolute controle over een resolute beperking van input, waarmee hij maximale impact puur uit een absoluut minimum aan middelen bereikt. Met vaak meerdere, tegelijk draaiende projectoren maakt hij voor de kijker ook elke kritische distantie onmogelijk. McClure gebruikt ofwel gevonden film of bewerkt blanco of zwarte filmstrips, waarmee hij zich lieert aan de traditie van de cameraloze filmmakers. De meest belangrijke karakteristiek is evenwel dat zijn praktijk grotendeels is gebaseerd op de premisse van de geprepareerde projector, naar het voorbeeld van John Cage's prepared piano.

Opbouwbare theaters

Zijn formele vocabularium reikt evenwel verder dan dat. McClure begon zijn cinematografische werk met grafische, handgetekende films voor enkelvoudige projectie en hij experimenteerde met stroboscopische schijven in de traditie van Joseph Plateau, Marcel Duchamp en Harold Edgerton. Hij recyclet ook gevonden films als een vorm van ready-made-praktijk, door ze op zijn eigen voorwaarden te projecteren; vertraagd, onscherp enzovoort. McClure saboteert zijn eigen materiaal om zo de verwachtingspatronen bij zijn publiek te ondermijnen. Technisch gesproken is hij geen filmmaker en zelfs geen filmkunstenaar, omdat hij geen film nodig heeft om zijn werken te maken. ‘Mijn werk ontstaat door het verschil te bespelen tussen één soort licht en een ander soort licht, of de omzetting van licht in een andere vorm van energie.’

McClure, die opgeleid is tot architect, legt zich de laatste tijd vaker toe op installaties, waarbij hij de interactie van licht en perspectief met een soortgelijke, minimalistische aanpak ruimtelijk vertaalt. Hij voorziet de galerieruimte van een temporele dynamiek door lichtgolven en perspectivische zichtlijnen op elkaar te laten inwerken.

Sinds 2005 creëert McClure de zogenoemde Forsaken Placements, constructies die hij als tijdelijke theaters beschouwt. Hij gebruikt in teer gedrenkt papier om op te tekenen, en maakt para-cinematografische objecten in de vorm van boeken of assemblages van herwonnen voorwerpen. Woorden zijn ook een essentieel medium. Als grote bewonderaar van Joyce’s Finnegan’s Wake, genereert McClure de meest suggestieve titels en ongrijpbare teksten. Zoals de Fluxus-happenings van de jaren zestig vergezeld gingen van instructieve teksten, is het ook bij McClure een vast ritueel om bij elke performance een handgeschreven en daarna gekopieerde tekst uit te delen. Gewoonlijk is dit een combinatie van tekst en tekeningen, soms van meerdere pagina’s.

Het is helaas fysiek onmogelijk een daadwerkelijk volledig retrospectief aan deze productieve live operateur te wijden. Ter compensatie brengt IFFR voor de eerste keer al deze notities bijeen in een map, die nog ruimte laat voor verdere aanvullingen. Zoals op de volgende pagina’s wordt beschreven, bestaat de presentatie van McClure dit jaar uit twee grote onderdelen: een uitvoerige tentoonstelling in een galerie en een reeks van acht performanceavonden. Bij wijze van voorspel trakteert McClure ons op een drievoudige openingsact onder de titel He Profits Most Who Bills the Best, waarin een nieuw audiovisueel werk, Suffusion of Fine Glass Transom and Leadlight Panes (2015), gecombineerd wordt met Textiles Through the Ages (2014), een recente projectie voor enkelvoudig scherm en, heel uitzonderlijk, met een gesproken soundtrack. Zijn vriend en collega Alex Mendizabal zal een cinematografisch intermezzo presenteren met wat hij een ‘frauduleuze projectie' noemt.