Verhalen

Signals: 24/7 - Een inleiding door programmeur Edwin Carels

Time Out!

In de context van een festival zou het fantastisch zijn om een aantal dagen zonder slaap te kunnen, en toch helder genoeg te blijven om alles ten volle te beleven. Dit is nu precies wat wetenschappers proberen te bereiken, zij het niet voor een festival. Het onderzoek wordt verricht in opdracht van het Amerikaanse leger en geheel voorspelbaar zullen de bevindingen ook in de economie worden gebruikt. Zo kwamen in het midden van de vorige eeuw ook de amfetamines in omloop, eerst onder soldaten, daarna in bredere kringen. De motivatie voor het investeren in het huidige onderzoek, ontstaan in de hoogste rangen, is puur zakelijk: meer wakkere uren betekent immers meer tijd om te consumeren. Langere werkdagen betekent minder werknemers. Zoals de meesten van ons dagelijks ondervinden, staat het 9-tot-5 model behoorlijk onder druk.

Cultuurhistoricus Jonathan Crary herinnert er ons in zijn recente boek 24/7: Late Capitalism and the Ends of Sleep aan dat onze dagelijkse behoefte aan een langdurige time-out gezien wordt als een van de grootste obstakels voor de verdere uitbreiding van het kapitalisme. Het is passief gedrag dat het winst maken in de weg staat. De schrijver stelt dat slaap de laatste onbenutte zone is in ons non-stop, permanent ‘online’ bestaan, dat wordt aangestuurd door digitale media en een ‘just in time’ economie. En die slaap is urgent aan herwaardering toe.

Onze tijdsbeleving is met de snelheid van het licht aan het muteren, wordt meer en meer bepaald door de glasvezelkabels en draadloze netwerken die ons verstrikt houden. We werken, communiceren en consumeren wereldwijd waar en wanneer we maar willen. Geleidelijk aan verdwijnt het onderscheid tussen nacht en dag, en tussen rusten en werken. Crary: 'Dat boeken over nieuwe media van vijf jaar geleden nu al gedateerd zijn, is veelzeggend. En alles wat vandaag vanuit dezelfde optiek wordt geschreven zal dat nog veel sneller zijn. Het is momenteel minder belangrijk om het specifieke functioneren van bepaalde nieuwe machines en netwerken te begrijpen, dan wel om te vatten hoe de ritmes, snelheden en formats van versnelde en toegenomen consumptie onze beleving en perceptie veranderen.'

De introductie op grote schaal van de pc, amper twee decennia geleden, betekende een belangrijke ommekeer, die een allesomvattende impact heeft, aangezien softwaretoepassingen nu ons leven tot op het intiemste niveau kunnen binnen dringen. Crary: 'Een van de doelstellingen van Google, Facebook en andere bedrijven (over vijf jaar zullen hun namen wellicht al veranderd zijn), is om het idee van een ononderbroken verbinding acceptabel en onmisbaar te maken, een omgang met diverse types van oplichtende schermen die misschien niet naadloos, maar wel relatief ononderbroken onze aandacht opeisen en respons verwachten.'

In de late jaren negentig, toen Google nog maar amper een jaar oud was, omschreef de toekomstige CEO Dr. Eric Schmidt al de context waarbinnen zo’n bedrijf zou kunnen floreren. Hij stelde dat de eenentwintigste eeuw synoniem zou worden met wat hij de ‘aandachtseconomie’ noemde, en dat die bedrijven de wereld zouden beheersen, die er in zouden slagen om op consistente manier een maximum aantal ‘oogbollen’ aan zich te binden en te controleren. In 2001 publiceerden Davenport en Beck met groot succes de nieuwe bijbel voor managers en ondernemers: The Attention Economy – understanding the new currency of business.

24/7 is het derde, en meest directe boek waarin Crary de culturele geschiedenis van onze aandachtscurve bestudeert. Zijn Techniques of the Observer: On Vision and Modernity in the Nineteenth Century (1990) is een voorbeeldige demonstratie van media-archeologie, waarbij hij de oorsprong van onze ingrijpende verandering in beeldcultuur terugvoert tot omstreeks 1830. Met Suspensions of Perception: Attention, Spectacle and Modern Culture (2000) zette hij zijn onderzoek verder met de modernistische obsessie voor controle over onze aandacht als leidraad. In 24/7 relateert hij de ontwikkelingen van de menselijke waarneming aan de activiteit van globale informatieve en communicatienetwerken, met hun allesvernietigende patronen voor groei en accumulatie.

Crary onderzoekt hoe deze onophoudelijke roep om aandacht ook elk onderscheid aantast tussen de publieke en de private sfeer, en tussen consumptiegedrag en toenemende controle- en bewakingstechnologieën. Deze nieuwmodische bedrijven houden niet alleen onze aandacht in de gaten, maar sturen die ook, met slechts één belangrijke doelstelling: de tijd in te korten die we gebruiken om beslissingen te nemen, en alle nutteloze tijd die we besteden aan nadenken en beschouwen te elimineren. Crary omschrijft deze onaflatende greep op onze tijdsbeleving als ‘de toenemende integratie van de eigen tijd en bezigheden in de parameters van elektronische transacties.’

Het weefsel van ons alledaagse bestaan wordt aangetast doordat we constant tot activiteit worden aangespoord. Te weinig slapen is een typische aanleiding voor een burn out of een depressie. Statistisch slaapt de gemiddelde Noord-Amerikaanse volwassene nu ongeveer zes en een half uur per nacht, een serieuze aantasting van wat een generatie geleden nog acht uur was en tien uur in het begin van de twintigste eeuw. Daartegenover zijn er ook cultuurhistorici die beweren dat ons normaal bevonden, monolithische slaappatroon van acht uur een direct gevolg is van de Industriële Revolutie. Nu computers een nieuw, wereldwijd zenuwstelsel zijn gaan vormen en de wereldeconomie georganiseerd wordt in milliseconden door middel van ultrasnelle beurstransacties, neemt de druk om gelijke tred te houden enorm toe. Het motto is tegenwoordig dat slaap iets is voor losers, en dat korte dutjes het recept zijn voor succes. Slaap is in de publieke sfeer ook een taboe geworden; zitbanken op straat worden zo ontworpen om te vermijden dat iemand erop kan liggen. Zoals de computer, begint ook onze ‘slaapstand’ er een te worden die meer op een vorm van alertheid dan van heilzame ontkoppeling lijkt. 

Als een uitvinding van het industriële tijdperk, bood film eerder al een massale synchronisering van de zintuigen, door entertainment te verschaffen en tegelijk het publiek in de vrije tijd te onderwerpen aan een vergelijkbaar mechanisch tijdsmodel als tijdens het werk aan de machines. Deze paradox is in het postindustriële, digitale tijdperk alleen maar complexer geworden. Het 24/7-programma wil vraagtekens zetten bij de aandachtseconomie, onze dagelijkse dataconsumptie en de collectieve afstemming van de indeling van werk en vrije tijd aan de hand van diverse invalshoeken. Deze hybride aanpak stelt tegelijk ons traditionele filmbegrip ter discussie, zowel wat betreft de speelduur als de manier van presenteren. We kunnen nu overal en op elk moment van film genieten. Enerzijds worden inmiddels ook geanimeerde GIFs en Vine-filmpjes erkend via competities en festivals, anderzijds is er de populariteit van installaties in galeries, waarbij het publiek gevraagd wordt om urenlang (wakker) te blijven voor werken zoals de beroemde 24 Hour Psycho (1993) van Douglas Gordon en The Clock (2010) van Christian Marclay.

De afgelopen jaren hebben de culturele initiatieven die vraagtekens zetten bij de toegenomen manipulatie van onze persoonlijke tijd, zich vooral toegespitst op traagheid als directe reactie. Het 24/7-programma wil evenwel niet zomaar meestappen in het bewieroken van zulke monumentale, tijdrovende formats, net zoals het de naïeve fascinatie voor nieuwe technologische snufjes niet wil cultiveren. 24/7 richt de aandacht vooral op ons (bio-)ritme, op het wissen van tijdzones en geografische grenzen, op het verstrengeld raken van productieve en vrije tijd, op de veranderende werk- en slaappatronen, en zoals Crary zo nadrukkelijk aanbeveelt, op een herwaardering van het (dag)dromen.

24/7 laat de context van de bioscoop grotendeels voor wat die is, om zich voornamelijk in drie hotels te situeren, van de lobby, via de vergaderzaal tot de slaapkamers. Een hotel is immers net als een cinema een plaats waar je kan inchecken om uit de dagelijkse routine te stappen. Alleen worden hotels sterker geassocieerd met onze feitelijke behoefte aan slaap, eerder dan aan dromen in wakkere toestand. En hotels zijn 24/7 open. Bezoekers kunnen ernaartoe op het moment dat hen het beste uitkomt, om uit hun normale ritme te stappen en een reeks installaties, verzamelprogramma’s met korte films of een performance te ontdekken, alsook een aantal erg langdurende werken. De selectie behandelt thema’s zoals slaap, reizen, werken, aandacht en tijdsduur. Elke dag is er een event dat van het publiek verwacht ‘op tijd’ te zijn. Maar de rest van het programma is flexibel en past zich zo goed mogelijk aan aan de agenda van de bezoeker.