Verhalen

Schelm van het volk

Het is zo zeker dat we zouden kunnen zeggen dat het wetenschappelijk bewezen is: Edgar Pêra is de allergrootste onbekende meester van de moderne Portugese cinema. Geen wonder, als je ziet hoe clichébelust de internationale film is, en altijd is geweest. Pêra lijkt op geen enkele andere filmmaker in dat zo vruchtbare land in het uiterste westen van Europa – en trouwens op geen enkele andere filmmaker waar dan ook. Pêra is honderd procent origineel. En als de (film)cultuur ergens een hekel aan heeft – nu meer dan ooit – is het wel aan een kunstenaar die niet gekarakteriseerd kan worden met behulp van oppervlakkige vergelijkingen en niet in een hokje kan worden gestopt van een genre of esthetiek.

Al maakt Pêra nooit een geheim van zijn inspiratiebronnen, rolmodellen en helden – hij refereert aan of citeert velen van hen uitgebreid in zijn films (laten we Dziga Vertov noemen, Robert Anton Wilson, Branquinho da Fonseca, Rudy Rucker en Fernando Pessoa) – zijn werken voelen nooit aan als schatplichtig. Pêra borduurt op geheel eigen wijze voort op al hun kunstuitingen, ideeën, concepten door er iets anders en nieuws van te maken – zonder ooit de behoefte te voelen het oude vernietigen. Is dit een paradox? Misschien, maar dat is dan maar zo: paradoxen zijn tenslotte Pêra’s favoriete dogs. (Hij houdt en geniet van dit soort onzin!)

Neem zijn laatste serie werken: het documentaire portret O homem-pykante – Diálogos com Pimenta; de speelfilm Caminhos magnétykos; het onvoltooide, en in zekere zin niet te voltooien, essay KINORAMA – Cinema Fora de Órbita (Self-Propaganda Mix) en het cinekoncert Lovecraftland. Allemaal gemaakt of afgemaakt in 2018/19, allemaal punkachtige razernijen, allemaal dada-spelletjes met vorm en verwachting, allemaal audiovisuele daden van surrealistische subversie – creatieve ontwrichtingen van wat beschouwd wordt als verstandig, algemeen geaccepteerd. Het Pêra-project is een snerpend politiek project, te beginnen bij zijn vroege werken, die een link hebben met de destijds levendige alternatieve/underground muziekscene van Lissabon (en die de ruggengraat vormen van zijn huidige tv-documentaireserie Arquivos Kino-Pop); Pêra’s werken op super8 en video hebben mede de identiteit bepaald van dit dissidente universum, behielden het voor het nageslacht, deden de urgentie ervan eer aan.

Ware deugniet

Net als Alberto Pimenta, de protagonist/sleutelfiguur van O homem-pykante, of singer-songwriter Nel Monteiro, het eenmans-Griekse koor Arquitectura de Peso. Uma cine-sinfonetta muralista (vox populi vivace) (2007), is Pêra een ware deugniet die zich nooit inhoudt, zelfs niet bij projecten die anderen omzichtig zouden aanpakken omdat er belangrijke instanties bij betrokken zijn; Stadium (phantas-mix) (2005) en Arquitectura de Peso, twee opdrachtwerken voor prestigieuze exposities/evenementen, laten geen twijfel bestaan over Pêra’s ideeën over kostbare en extravagante projecten als Braga’s Estádio Municipal of EXPO ’98.

Wat ons op een ander sleutelelement van Pêra’s praktijk brengt: hij werkt graag, en grijpt elke kans die hij krijgt; want van elke opdracht kan iets interessants gemaakt worden, of is op zijn minst een goede reden om dingen uit te proberen (een camera, filmmateriaal etc.) – of het nu een prestigieuze reclame voor een beperkte serie blikjes vis van Gourmet is als Mar Portuguez (2016) of een creatief staaltje toerismepromotie als Delírio em Las Vedras (2016), of een documentaire die vertoond werd als onderdeel van een expositie als A cidade de Cassiano (1991). Misschien is het meest buitensporige-annex-buitenissige voorbeeld hiervan wel Virados do avesso (2014), een burleske in de originele betekenis van het woord die een enorm kassucces werd – en die kwam alleen tot stand doordat Pêra een vage opdracht van een van zijn producenten aannam om populair amusement te maken. Dat had niemand verwacht van Pêra: N-I-E-M-A-N-D!

Het helpt dat Pêra een rusteloze ziel is, en reuzeongeduldig met zijn eigen oeuvre – keer op keer heeft hij zijn films herbewerkt; zelfs mensen die zichzelf kenners van zijn werk noemen weten nooit zeker wat ze zullen zien als ze iets opnieuw bekijken. Hij ziet IFFR 2019 bijvoorbeeld als goed excuus om Manual de evasão LX94 – Investigação trans-temporal (2019/2012/1994) en Lisboa-boa 345 D.T. (Remix 2018) (2000/2018) te bewerken.

Wij, het volk

Dat alles gezegd zijnde: Pêra’s kunst is volkskunst, zelfs als we dat niet direct zouden denken, verblind door burgerlijke pretenties en vooroordelen als we vaak zijn. Pêra staat tussen de mensen: de mijnwerkers (O trabalho liberta?, 1993); de voetbalfans (És a nossa fé, 2004); de oorlogsinvaliden (Guerra ou paz?, 1992). Zijn films zijn doordrenkt van allerlei soorten volkscultuur, of het nu gaat om plaatselijke komedies (A janela (Maryalva Mix), 2001), carnaval (Delírio em Las Vedras), strips (Guerra ou paz?) of muziek (al zijn werken).

Pêra beschouwt de cinema als een gigantisch, voortdurend en niet te stoppen experiment dat een filmmaker uitvoert samen met zijn publiek: het volk. Het is geen toeval dat het bonte publiek van zijn grootse essay over de essentie van cinema, O espectador espantado (2016), ook de protagonist is – noch dat het publiek van IFFR 2019 de held zal zijn van het vervolg: KINORAMA – Cinema Fora de Órbita (Self-Propaganda Mix), dat wij mede vorm kunnen geven.

Photo in header: Still: Lovecraftland