Interviews

Paul Thomas Anderson over Phantom Thread

De hoofdrollen in Phantom Thread zijn voor Daniel Day-Lewis als een haast dictatoriale modeontwerper, Vicky Krieps als zijn opstandige muze én voor de score van Radioheads Jonny Greenwood. Vrijdagavond schitterde die soundtrack toen hij live werd uitgevoerd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest, onder toeziend oog (en gespitst oor) van regisseur Paul Thomas Anderson.

Klopt het dat IFFR een rolletje had in het koppelen van jou aan Jonny Greenwood? De vorige keer dat je in Rotterdam was, voor Punch-Drunk Love, ging je hier naar een film waarin hij zijn debuut als componist maakte.
“Dat is waar, Body Song draaide toen hier, waar Jonny de score voor had geleverd. Maar het was geen toeval dat ik erbij was hoor, ik was al geïnteresseerd in hem en had er aardig wat energie in gestopt om die film te vinden.”

De muziek heeft een groot aandeel in Phantom Thread. Is het lastig voor jou als regisseur om de controle uit handen te geven en Jonny beslissingen te laten nemen?
“Nee nee nee, ík controleer hém (lacht). Het is een geweldige samenwerking, dat lijkt me duidelijk. Dit is al onze vijfde film, na There Will Be Blood,The Master,Inherent Viceen Junun. Het unieke eraan is dat we altijd in een heel vroeg stadium beginnen. Ik voer Jonny ideeën, dingen die ik schrijf, hij is er vanaf het prille begin bij betrokken. Hij kent de cast, weet hoe de kostuums eruitzien, en op basis daarvan geeft hij me kleine stukken muziek. Die groeien uit tot serieuzere partijen, wanneer hij de opnames van de dag ziet binnenkomen, en dan hoor ik zijn bijdrage. Het is over en weer, we blijven elkaar altijd motiveren.”

  • Foto: Paul Anderson Thomas met Bero Beyer

En het idee om de score live uit te voeren bij de vertoning van de film, waar kwam dat vandaan?
“Het grappige is dat we dat al vanaf het begin van plan waren. Maar dat idee moesten we laten varen omdat er nog zo veel meer werk aan de film was. Toen IFFR ons vroeg of we het konden doen, moesten we het antwoord heel lang schuldig blijven. Simpelweg omdat het al zo’n klus was om de muziek op tijd af te krijgen. Maar toen het einde in zicht kwam en we vertrouwen hadden in wat we hadden, gingen we terug naar die eerste vraag: zou het mogelijk zijn om deze score live uit te voeren? Ja, zeiden we. En met dat antwoord gingen we terug naar het festival. Afgelopen week hadden we een live performance in Londen, en binnenkort staan New York en Los Angeles op de rol. Dat is het grappige aan controle: Jonny en ik hebben de absolute controle over elk aspect van de film, maar op een gegeven moment is-ie klaar en dan zit het erop. Het leuke aan de live-uitvoering is juist dat je niet alles kunt controleren, en dat zou ik ook niet willen. Je moet het naar een positie loodsen waar foutjes welkom zijn. Elke keer dat het orkest de score speelt, klinkt het anders. En dat is heel erg opwindend. Ik heb gemerkt dat als de muziek harder wordt aangezet, een scène totaal anders werkt dan als het geluid een fade-out krijgt. De score heeft een eigen leven, en dat is prachtig.”

Photo in header: Photo: Paul Thomas Anderson | Interview: Anton Damen