Interviews

Luis López Carrasco over El año del descubrimiento

Neem gerust een drankje mee naar El año del descubrimiento. Deze drie uur durende Tiger Competition-film geeft je het gevoel zelf stamgast te zijn van een bar waar arbeiders, jong en oud, verhalen oprakelen en discussiëren over een bijna vergeten Spaanse crisis van dertig jaar geleden. Filmmaker Luis López Carrasco mixt feit en fictie over het verleden, om vat te krijgen op het heden.

geschreven door Sasja Koetsier

Een typische cafeteria in de Zuid-Spaanse stad Cartagena: hier blikt Luis López Carrasco terug op een periode van zware protesten in 1992, toen arbeiders uit de scheepsbouw en metaalindustrie hun baan dreigden te verliezen en daarom de straat op gingen – en uiteindelijk het regionale parlement in brand staken, slechts veertien jaar nadat Spanje weer een democratie was geworden. Door documentaire en fictie, verleden en heden te mengen, werpt de film licht op bijna vergeten gebeurtenissen van een jaar waarin Spanje ook groots de vijfhonderdste verjaardag van de ontdekking van Amerika vierde en de organisatie van zowel de Olympische Spelen als de Wereldtentoonstelling op zich nam.
Op zoek naar locaties liep López Carrasco op een dag een bar binnen die precies de sfeer ademde die hij nodig had voor zijn film. “Alsof je de jaren 90 binnenstapte”, vertelt hij per telefoon vanuit Madrid. “Aan de muur hingen nog de voetbaluitslagen van 1991, ’92 en ’93.”

  • Luis López Carrasco

Dus daar besloot je een stuk Spaanse geschiedenis tot leven te wekken, vanuit de ogen van gewone mensen – net als in je debuutfilm El futuro, dat zich afspeelde op een fictief huisfeestje op de avond van de eerste verkiezingsoverwinning van de Socialistische Partij. Vanwaar die belangstelling voor het recente verleden?
“Toen de financiële crisis Spanje in 2010 bereikte, had dat zo’n heftige impact op mijn generatie en op de samenleving als geheel, dat ik de handvatten miste om de situatie te kunnen begrijpen. Ik woonde en werkte in Duitsland, en toen ik in 2010 naar Spanje terugkeerde, voelde het alsof het land waar ik dertig jaar van mijn leven had doorgebracht niet meer bestond. De crisis raakte de hele structuur van de maatschappij. Veel mensen vertrokken vanwege de enorme werkloosheid en we verloren een hoop sociale rechten. Dat was het moment waarop ik films begon te maken over de recente geschiedenis van Spanje. Ik moest het verleden begrijpen om te snappen hoe ik moest leven in dit nieuwe land dat ik niet kende.”

Hoe helpt het maken van films je het verleden te begrijpen?
“Cinema stelt me in staat ervaringen, verhalen en ideeën op te doen die ik met mijn eigen voorstellingvermogen niet kan bedenken. Ik schrijf ook korte verhalen en werkte voorheen als scenarist. Maar films maken betekent werken met mensen, objecten en plekken. De film wordt geschreven in de voorbereidende fase, de draaiperiode is het moment waarop alles samenkomt en het onvoorspelbare gebeurt. Aan een film werken is het scheppen van de voorwaarden voor het onverwachte.”

“Over die voorbereiding: onze casting neemt obsessieve vormen aan. De research, de locatie, elke esthetische en technische beslissing is natuurlijk belangrijk, maar de mensen zijn echt specifiek en uniek. Dus de beslissing wie er in de film komen en wie hun tegenspelers worden is de meest cruciale. We vonden onze non-acteurs tijdens onze research, bij het scouten van locaties, in onze eigen woonwijk of via open castings bij buurtverenigingen in Cartagena en La Unión.”

Via een split screen zien we soms hetzelfde gesprek vanuit verschillende hoeken, of iets wat elders in het café gebeurt. Na een tijdje voelde het alsof ik zelf tussen de mensen in dat café zat.
“We hebben pas tijdens de montage gekozen voor split screen. We vonden het inderdaad een goede manier om het gevoel op te roepen dat je hebt als je in een café bent, waar voortdurend meerdere dingen tegelijk gebeuren. Split screen vergroot de ruimte en dompelt je erin onder. De manier waarop we met de acteurs werkten was erop gericht om ook hen te laten vergeten dat ze in een shoot zaten. Onze crew was heel klein en de camera stond meestal op een afstandje. We hebben gefilmd in Hi8, een populair videoformaat uit de jaren 80.”

Wat had je voor ogen met het samenbrengen van het verleden en het heden, van voormalige stakers en de huidige generatie werkenden?
“Ons oorspronkelijke idee was om een reconstructie te maken van een dag in 1992, net zoals El futuro een avond in 1982 liet zien. Maar tijdens interviews met arbeiders die mee hadden gedaan aan de protesten van toen, ontstond het gevoel dat we hen niet alleen als informatiebron zouden moeten gebruiken. Ze moesten zélf in de film komen en vertellen over de gebeurtenissen. We beseften dat niemand hen ooit had gezien en dat hun verhaal nog nergens was verteld. Daarom besloot ik dat de film deels een rechtstreekse documentaire en deels een reconstructie, of re-enactment, moest worden, een weerspiegeling van zowel het verleden als het heden.”

“De kostuums bijvoorbeeld zijn zo ontworpen dat ze uit de jaren 90 kunnen komen, maar ook van nu kunnen zijn. Wanneer je mensen over de crisis hoort spreken is ook niet altijd duidelijk of ze het nu hebben over de crisis van de jaren 90 of de meest recente. Die dubbelzinnigheid is belangrijk. Het komt voort uit een gevoel dat ik kreeg in sommige dorpen die we tijdens de research en de casting aandeden. Op die plekken waren de jaren 90 nog steeds te voelen, omdat op dat moment alles tot stilstand was gekomen.”

Photo in header: Still: El año del descubrimiento