Interviews

Je kunt overal sprookjes in zien.

Geschreven door Hugo Emmerzael

In de tweede speelfilm van Johannes Nyholm komt een rouwend stel in een schijnbaar eindeloze reeks nachtmerriescenario’s terecht. De Tiger-competitiefilm Koko-di Koko-da combineert folkloristische horror, griezelige kinderliedjes en traditioneel schimmenspel om hun wanhoop te illustreren. “Al gaat Koko-di Koko-da vooral over hoop”, verzekert de Zweedse filmmaker.

Koko-di Koko-da is een rijmpje uit een oud kinderliedje. “Als jongetje floot ik het vaak”, vertelt Nyholm over waar hij de titel van zijn tweede speelfilm vandaan heeft. “Het was een populair deuntje. Betoverend ook, het blijft vast zitten in je hoofd. En dat heeft gelijk ook iets griezeligs: er zit een morbide ondertoon in. Het rijmpje is circulair, dus het kan eindeloos doorgaan. Net als mijn film eigenlijk.” Het is inderdaad net alsof Nyholm zijn tweede speelfilm aan het beschrijven is, een griezelig sprookje over een rouwend stel dat ’s nachts in een bos blijft hangen in een eindeloze reeks nachtmerries.

Ze zijn gaan kamperen om van hun traumatische gedachtes af te komen – het stel is er nooit bovenop gekomen dat het drie jaar eerder hun dochter verloor – maar in het holst van de nacht lijken die gedachten juist tot leven te komen. Bijna horror, maar toch nét niet. Nyholm legt uit: “De film is als een claustrofobische nachtmerrie waaruit je niet ontsnappen kunt, als een zeurende gedachte die je maar niet uit je hoofd kunt schudden. Koko-di Koko-da is soms lelijk en brutaal, al gaat de film vooral over hoop, over het vinden van vrijheid. Er staan dus genoeg poëtische momenten tegenover die gruwelijke onderdelen.”

Sprookjes zijn overal

Net als in zijn vorige speelfilm The Giant (IFFR 2017) koppelt Nyholm hier fantasie-elementen aan realistisch drama. “Ik doe dat niet eens bewust, maar dit is blijkbaar hoe ik in elkaar zit”, bekent de Zweedse filmmaker. “Ik ben geïnspireerd door de verhalen en sprookjes uit mijn jeugd, met name de magische ondertonen in die verhalen. Daarom speel ik zelf ook met het contrast tussen sprookje en realiteit. Sprookjes zijn overal en je kunt overal een sprookje in zien. Ik denk dat het belangrijk is om die magie naar onze echte wereld te brengen.”

Ik wilde vroeger goochelaar worden of clown. Als regisseur kan ik nu beide zijn.” – Johannes Nyholm

In Koko-di Koko-da doet Nyholm dat mettraditioneel schimmenspel. De filmmakerspeelt en filmt die schaduwspelen zelf, om nieuwe perspectieven aan het verhaal toe te voegen: “Poppenspel en animatie leent zich voor het vertellen van een verhaal op een meer abstracte of tijdloze manier. Ik wil namelijk niet dat dit verhaal gaat over slechts één stel. Het moet gaan over alle stellen.”

Het is alsof Nyholm allemaal filmstijlen, vormen en verhalen uit een toverhoed goochelt om precies dat idee in Koko-di Koko-da tot leven te laten komen. “Toevallig wilde ik vroeger een goochelaar worden, of een clown. Als regisseur kan ik nu beide zijn.”

Photo in header: Johannes Nyholm