Interviews

Jazmín López over Si yo fuera el invierno mismo

Kunst, politiek en hartzeer vloeien samen in Jazmín López’ tweede speelfilm Si yo fuera el invierno mismo, geschoten in een statig buitenhuis dat een personage op zich wordt. Terwijl López onderzoekt of film nog een politiek wapen kan zijn, komt een ander, persoonlijker verhaal bovendrijven.

Voor de in Buenos Aires werkende beeldend kunstenaar Jazmín López is het tornen aan conventies een middel om film weer politieke kracht te geven. In Si yo fuera el invierno mismo, dat meedingt naar een IFFR Tiger Award, brengt een jonge vrouw een groep vrienden bij elkaar om een drietal iconische werken van haar artistieke helden Jean-Luc Godard, Ana Mendieta en Harun Farocki na te spelen. Terwijl ze samen de films opnieuw ensceneren en hun betekenis analyseren, wordt duidelijk dat de initiator, Carmen, tegelijkertijd bezig is een recente gebeurtenis uit haar leven te verwerken.
Deze ongegeneerd kunstzinnige verkenning is op zichzelf een statement, in wat López beschrijft als “een gevecht” tegen gangbare ideeën over de relatie tussen kunst en werkelijkheid: “Als kunstenaar uit Latijns-Amerika wordt mij door de buitenwereld vaak gevraagd om een beeld van de ‘echte wereld’ te tonen, om te laten zien hoe armoede eruitziet. Maar in mijn ogen is er een ander soort strijd, die wordt gestreden via het fictionele en het esthetische.”

Gaandeweg blijkt dat de rouw om een verloren liefde het centrale thema is van de film – maar de visuele werken die je aanhaalt hebben net zo’n grote betekenis voor het verhaal. Met welke van de twee onderdelen begon het?
“Voor mij draait de film om twee soorten rouw. De ene is historisch en gaat over de vraag wat er is gebeurd met de geëngageerde kunst van de late jaren 60, vroege jaren 70, toen kunst en politiek veel meer verstrengeld waren. Die rouw mengt zich met een andere, persoonlijke rouw om een liefde die voorbij is. Dat verdriet krijgt een afronding aan het einde van de film, maar voor het eerste wil ik eigenlijk het tegenovergestelde: de vraag opwerpen waarom kunst en politiek zo uit elkaar zijn gedreven, en kijken of het mogelijk is die energie terug te brengen.”

Hoe zie jij de verhouding tussen kunst en politiek?
“In The End of History and the Last Man schreef Francis Fukuyama dat het conflict tussen communisme en kapitalisme beslecht is, maar voor mij is dat niet enige manier om naar de geschiedenis te kijken. We hoeven niet dezelfde discussies opnieuw te voeren, maar ik zou willen dat kunst weer een wapen kan zijn. Om de een of andere reden is cinema tegenwoordig alleen nog maar verhaal en theater. Het heeft geen politieke impact.”

Wat betekenen deze werken van Godard, Mendieta en Farocki voor je?
“Ze zijn belangrijk voor me, onder andere omdat ik aan de hand van deze kunstenaars de filmkunst heb geleerd. La Chinoise van Godard is een heel visueel werk en niet zo verhaalgedreven als Hollywoodfilms. In Farocki’s Inextinguishable Fire, in feite een manifest tegen de Vietnamoorlog, zit de schoonheid in het performance-element wanneer hij een brandende sigaret op zijn arm uitdrukt. Eigenlijk kijken we bij film per definitie naar iets wat al is gebeurd, maar Farocki slaagt erin de kijker daadwerkelijk in het moment te betrekken door zijn pijn. Voor de ‘baardtransplantatie’ van Ana Mendieta geldt hetzelfde. Tegenwoordig zijn feminisme en de discussie over genderstereotypen meer wijdverbreid, maar zij deed deze performance in 1972. Er zit een hoop energie in deze drie werken en er worden veel risico’s genomen. Het is ontzettend belangrijk om deze kunstwerken opnieuw te bekijken en erover na te denken.”

Je gebruikt lange takes waarin verschillende werkelijkheden samensmelten. Kun je dit concept uitleggen?
“Ik heb continuïteitsfouten altijd interessant gevonden, omdat continuïteit een code is waarmee we vertrouwd zijn geraakt via mainstreamfilms. Mijn uitdaging qua vorm was om een gevoel van continuïteit te creëren met daarin een discontinuïteit. Kortgeleden realiseerde ik me dat ik in een korte film die ik jaren geleden maakte, Juego vivo, met datzelfde idee speelde. Timelapses heb ik ook al eerder verkend in mijn vorige film Leones – maar ik blijf onderzoeken hoe ik de tijd kan indikken binnen één shot. Ook dat is ingegeven door het nadenken over continuïteit als geaccepteerde code in cinema. Daar probeer ik aan te morrelen.”

De locatie speelt een belangrijke rol in de film. Wat is het verhaal van die plek?
“Ik wilde alles op dezelfde locatie filmen, zodat we zonder cuts door het huis konden bewegen. Ik heb daarom veel tijd gestopt in het vinden van de juiste plek. Toen ik dit huis zag, was ik meteen gefascineerd door de eigenaardige architectuur en door de geschiedenis ervan. Een van de vroegere eigenaren was schrijver Adolfo Bioy Casares, boezemvriend van Jorge Luis Borges. Die twee hebben er vele zomers doorgebracht. In de kamers vonden we nog allerlei schilderijen, boeken en tijdschriften uit die periode; ik kon er het verleden echt voelen. Ik heb het huis gefilmd alsof het zelf een personage was. Via het set-ontwerp wordt het een weerspiegeling van Carmens bewustzijn, waarin haar ex steeds meer ruimte inneemt.”

Geschreven door Sasja Koetsier

Photo in header: Still: Si yo fuera el invierno mismo